buitenland

In Tunesië profiteren vooral extremisten van val Ben Ali

Door Gerbert van der Aa - 02 juli 2015

Terreuraanval door IS illustreert dat juist de moslimextremisten profiteerden van democratische hervormingen na de val van dictator Ben Ali.

Tunesië gaat versneld radicale moskeeën sluiten en de inlichtingendienst meer bevoegdheden geven. Na de aanslag op een strand in Port-el-Kantanoui bij Sousse, waar vorige week zeker 39 doden vielen, beseft de regering meer dan voorheen dat de oorlog tegen aanhangers van Islamitische Staat (IS) en andere extremisten alleen te winnen is met een harde aanpak.

In maart eiste een aanslag op het Bardo Museum in de hoofdstad Tunis ook al 22, meest buitenlandse,  slachtoffers.

Jihadisten in Tunesië hebben als geen ander geprofiteerd van de democratische hervormingen na de val van dictator Zine el-Abidine ben Ali in 2011. Ben Ali trad hard op tegen extremisten, maar na zijn vertrek konden ze zonder veel tegenwerking hun invloed uitbreiden.

De rest van de bevolking zag de werkloosheid en criminaliteit slechts toenemen. Steeds meer Tunesiërs menen dat de revolutie hun land eerder slechter dan beter heeft gemaakt. Op straat klinkt de roep om de terugkeer van Ben Ali.

Omwenteling

‘Soms winnen we veldslagen,’ zei de Tunesische premier Habib Essid tijdens een persconferentie na de aanslag, waarin hij nieuwe anti-terreurmaatregelen aankondigde. ‘Soms verliezen we. Maar ons doel is de oorlog te winnen.’ Door de aangekondigde anti-terreurmaatregelen lijkt Tunesië hard op weg opnieuw een politiestaat te worden.

Eerder voltrok zich in Egypte zo’n omwenteling, toen het leger de gekozen president Mohammed Morsi van de Moslimbroederschap afzette. Algerije en Marokko – twee andere politiestaten in Noord-Afrika – laten al jaren zien dat een goed georganiseerd veiligheidsapparaat een effectieve buffer kan zijn tegen moslimextremisme.

Waarschijnlijk zijn er weinig andere landen die de afgelopen jaren zoveel strijders aan IS leverden als Tunesië. Volgens veiligheidsdiensten reisden zeker 3.000 extremisten naar Syrië en Irak. Dit getal wint aan betekenis door het gegeven dat Tunesië met 11 miljoen inwoners een van de dunst bevolkte landen van de Arabische wereld is. Uit Egypte en  Algerije reisden hooguit een paar honderd jihadisten naar Irak en Syrië.

Alcohol

Overal in Tunesië namen jihadisten de afgelopen jaren moskeeën over. Onder meer de grote al-Fatah-moskee, in het centrum van Tunis, ontwikkelde zich tot een belangrijke ontmoetingsplaats. Elke dag kwamen honderden jongens met baarden hier
bijeen om te bidden.

Voor de deur waren boeken te koop van radicale predikers.  Het moskeebestuur klaagde openlijk over de extremisten, maar slaagde er niet in hen weg te krijgen. Zonder dat iemand ingreep, konden jihadisten  hun radicale ideeën verkondigen.

De aan de Moslimbroederschap gelieerde Ennahda-partij, die in Tunesië de eerste verkiezingen na de revolutie won, trad zelden op tegen de jihadisten. Niet alleen bij de overname van moskeeën, maar ook op andere terreinen konden ze zich onbekommerd laten gelden. Zonder dat de politie ingreep, sloegen ze cafés en restaurants die alcohol schonken, kort en klein.

Twee seculiere politici die zich openlijk uitspraken tegen de extremisten, werden vermoord. De daders werden nooit gepakt.

‘Ennahda wilde de jihadisten aan zich binden,’ zegt voormalig Tunesië-correspondent David Thomson in de Franse krant Le Figaro. De partij beweerde dat extremisten in een democratische omgeving zouden deradicaliseren.

‘Jihadisten kregen alle ruimte om zich te organiseren en te rekruteren. Ennahda was bang dat ze anders kiezers van zich zou vervreemden.’

Orde en rust

Eind vorig jaar verloor Ennahda de parlementsverkiezingen van Nidaa Tounes, een seculiere partij met veel voormalige functio­narissen van Ben Ali. De coalitieregering onder leiding van Nidaa Tounes treedt daadkrachtiger op tegen jihadisten. Veel partijleden hebben ruime ervaring met onderdrukking en repressie. Op straat zijn weer gewapende agenten in burger

De versnelde sluiting van tachtig moskeeën is het sluitstuk van een al eerder in gang gezet proces. Ruim vierhonderd gebedshuizen, waaronder de al-Fatah-moskee in Tunis, zijn de afgelopen maanden al gezuiverd van extremisten.

Analisten beweren dat werkloosheid en andere economische malaise de belangrijkste oorzaken van extremisme zijn. Maar in Tunesië speelt het lakse optreden van politie en inlichtingendiensten zeker zo’n belangrijke rol.

Een groeiend deel van de bevolking heeft er geen probleem mee als de regering de hervormingen van de afgelopen jaren terugdraait om een effectiever anti-terreurbeleid te realiseren. Orde en rust zijn voor veel Tunesiërs belangrijker dan mensenrechten en democratie.

Elsevier nummer 27, 4 juli 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.