buitenland

Video: premier Servië verjaagd van herdenking Srebrenica

Door Tom Reijner - 11 juli 2015

Aleksandar Vucic heeft zaterdag de herdenking van de val van Srebrenica in allerijl moeten verlaten, omdat een boze menigte hem met stenen, flessen en schoenen bekogelde. De Servische premier is naar verluidt gewond geraakt aan zijn gezicht.

Vucic werd aangevallen toen hij de begraafplaats bij Potocari wilde binnengaan, waar de herdenking van de dramatische gebeurtenissen twintig jaar geleden plaatshad.
http://www.youtube.com/watch?v=ZdLXyzzRTG0

Bloedbad

Het was de eerste keer dat de Servische premier bij de herdenking van het bloedbad in 1995 aanwezig was. Servië heeft het geweld van twintig jaar geleden veroordeeld, maar weigert te spreken van genocide.

Srebrenica, dat onder bescherming stond van Nederlandse Dutchbat-soldaten, viel op 11 juli 1995, toen het werd ingenomen door de Bosnische Serviërs. Het gevolg was massamoord: zo’n zevenduizend moslimmannen- en jongens werden om het leven gebracht.

Verkeerde keuzes

De 45-jarige Vucic was in de jaren negentig lid van de politieke Servische Radicale Partij, die de Groot-Servische ideologie uitdroeg. Aanhangers van die ideologie streefden een Servische staat na, waarin alle Serviërs zouden worden opgenomen.

Zo ook de Servische militairen in Bosnië, dezelfde mensen die de moslimmannen in Srebrenica om het leven brachten.

Vucic gaf later aan dat hij tijdens de Balkanoorlog verkeerde keuzes heeft gemaakt. ‘Ik dacht dat ik goede dingen deed voor mijn land, maar ik heb gezien wat er is gebeurd en we hebben destijds verkeerde dingen gedaan. Dat moeten we toegeven,’ zei hij in 2012 in een interview.

De voorzitter van de Europese Commissie Jean-Claude Juncker prees Vucic voor zijn bezoek, en noemde hem een voorbeeld voor de regio.

Volgens de Servische minister van Binnenlandse Zaken Nebojsa Stefanovic gaat het om een ‘moordaanslag‘. Hij spreekt er schande van dat de Bosnische autoriteiten er niet in zijn geslaagd de veiligheid van zijn premier te waarborgen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.