buitenland

Einde bezetting Nederlands-Indië: treurige Bevrijdingsdag

Door Constanteyn Roelofs - 11 augustus 2015

Op 15 augustus is het zeventig jaar ­geleden dat keizer Hirohito de overgave van Japan op de radio afkondigde. Hiermee kwam een eind aan de driejarige bezetting van Nederlands-Indië. Het is de treurigste Bevrijdingsdag ter wereld.

In tegenstelling tot die andere, uitbundig gevierde Bevrijdingsdag waarop per helikopter Bekende Nederlanders van festival naar festival vliegen (5 mei), heerst op 15 augustus een grafstemming. In plaats van de bevrijding worden de slachtoffers van de Japanse bezetting in Azië herdacht en wordt stilgestaan bij een wereld die er niet meer is: Nederlands-Indië.

15 Augustus is niet alleen zo droef omdat het een feestdag had kunnen zijn van een land dat niet meer bestaat, maar ook omdat de dag de opmaat was voor nog vier jaar chaos, oorlog en een uiteindelijk pijnlijke verdrijving en repatriëring.

De bevrijding in Indië leek in niets op die in Nederland. Geen jeeps met Amerikanen en Canadezen die om de hals werden gevallen door een dankbare bevolking. Het was immers, in de woorden van Rudy Verheem, een ‘bevrijding zonder bevrijders’. Afgezien van wat militaire bases op afgelegen eilanden was er nog geen geallieerde troepenmacht in de kolonie en was Java één groot zwart gat.

Dagboeken

Er stond ook geen Nederlandse troepenmacht klaar om orde op zaken te stellen. ‘Het nieuws kwam te vroeg,’ stelt Wim van den Doel in zijn Afscheid van Indië. Luitenant-gouverneur-generaal Huib van Mook kon vanuit Brisbane slechts het volk toespreken via de radio. ‘Wij zullen zo spoedig mogelijk met U verbinding maken en de moeilijke taak van herbouw en herstel beginnen, hoe moeilijk die ook zal zijn […]. Wij zullen spoedig bij U zijn.’

Weinigen zullen de boodschap hebben gehoord. We moeten de geschiedenis van de bevrijding dus vooral optekenen uit de verslagen en dagboeken van de geïnterneerden, de Nederlanders en Indo-Nederlanders die in de jappenkampen de bevrijding hebben meegemaakt.

Op de 22ste kwam pas de officiële bevestiging van het nieuws van de Japanse autoriteiten in Indië. Zo schreef Els Berg, een jonge vrouw in het kamp Tjideng in Jakarta, in haar dagboek: ‘Vandaag – laten wij ons verheugen met alles, wat in ons is – vandaag is ’t voor ons 11.000 Tjidengers de dag waarnaar wij 3½ jaar reikhalzend hebben uitgezien. Vandaag hebben wij zekerheid gekregen, dat de oorlog voorbij is, tot ’t verleden behoort; hoe kán ’n mens dit bevatten? […] kunnen we ooit dankbaar genoeg zijn? Nu is toch heus de oorlog uit, nu komen de mannen bij ons terug, nu begint eindelijk het nieuwe leven.’

Het was lang niet overal een blije gebeurtenis.

In het kamp Tjikoedahtapeuh, waar Verheem was geïnterneerd, waren de kampbewoners te overdonderd: ‘Die ochtend, augustus ’45. […] Merkwaardig weinig emotie. Waren wij nu vrij? Wat stond ons te wachten? Iemand begon het Wilhelmus te zingen en onwennig, schor, stemden de meesten er mee in. IJle, onmuzikale klanken, opstijgend temidden van deze grauwe, verwaarloosde mensen. Pathetisch; een band met het verleden, een poging tot saamhorigheid in de toekomst. Daar bleef het bij. Geen tranen, geen betogingen, de vreugde was dof, gereserveerd. […] Was dit de vrijheid? […] In Nederland werd gedanst op de dagen van de bevrijding, in Azië viel weinig te dansen. Zoals in Dachau en Bergen-Belsen niet gedanst werd.’

Lynchpartijen

Omdat er nog geen geallieerde troepen waren en er na de bekendmaking van de Indonesische onafhankelijkheid op 17 augustus onlusten waren uitgebroken, keerde de wal het schip: Japanse bewakers waren nu de enige verdediging tegen de lynchpartijen gericht op de Nederlandse en Indo-Nederlandse bevolking. Gebeurtenissen die beter bekendstaan als de Bersiapperiode.

Sommige kampen lagen zo ver van de bewoonde wereld dat het dagen kon duren voordat het nieuws aankwam en weken voordat de hulp, vaak per vliegtuig, kon aankomen. Pas eind september arriveerden de Britse soldaten en kwam de repatriëring van krijgsgevangenen en geïnterneerden op gang. Pas begin 1946 waren de Japanse troepen afgelost en gerepatrieerd.

Dat er bij de bevrijding ook duistere krachten onder de geïnterneerden vrijkwamen, blijkt uit een aantal bronnen. Zo beschrijft Rob Nieuwenhuys – later groot pleitbezorger van de Nederlands-Indische literatuur, maar tijdens de oorlog ziekenverzorger – de krankzinnige toestanden in het ziekenhuis waar ineens ook tientallen kampoverlevers werden binnengebracht.

Sommige gevangenen waren na jarenlange ondervoeding zo door het dolle heen dat ze hun laatste bezittingen gretig ruilden voor eten, om vervolgens aan overvoeding te sterven.

De bevrijding was ten dele ook een seksuele bevrijding. De zeldzaam eerlijke H.L. Leffelaar maakte als puber de kampen mee en baarde groot opzien toen hij zijn kampmemoires publiceerde, omdat hij daarin openlijk sprak over homoseksuele handelingen onder de geïnterneerden. Een groter taboe was haast niet denkbaar.

Ook lezen we bij hem wat de bevrijding bij de jaren van vrouwelijk contact verstoken mannen losmaakte: ‘In een der barakken werden iedere nacht bacchantische orgiën aangericht. Inheemse vrouwen werden geïmporteerd, van de Japanners werd een piano gestolen, en arak was er genoeg. M. […] zat er beschonken achter de toetsen, terwijl sommigen rondhosten, vielen en opstonden, en anderen in dezelfde barak cohabiteerden.’

Kortom, een periode van geweld, verwarring, bevrijding en tegenstrijdige emoties. Geen rechtlijnige, fotogenieke bevrijding van feestende massa’s en rood-wit-blauwe vlaggen, maar een verwarrend tableau van half-open interneringskampen, afgezet ­tegen het begin van een nieuwe oorlog: de opstand tegen het Nederlandse gezag.

Proklamasi

De bevrijding die geen bevrijding was, is volledig overschaduwd door de gebeurtenissen twee dagen later, toen Mohammed Hatta en de in Bandoeng opgeleide inge­nieur Soekarno met de proklamasi de Republiek Indonesië uitriepen. In  de voorzomer van 1945 was er al een brede commissie opgezet om, in het kader van een georganiseerde terugtocht van het Japanse leger, de soevereiniteit over te dragen aan een zelfstandige Indonesische regering.

Een geleidelijke transitie was door de overgave niet meer mogelijk. Een Japanse officier omschreef zijn gevoelens alsof de samenleving een trein was die in volle vaart plots gewelddadig tot stilstand was gekomen. Gespannen brachten de nationalistische leiders en vice-admiraal Maeda Tadashi, de architect van de overdracht, twee dagen door met het wikken en wegen over de onafhankelijkheid. Soekarno en Hatta werden zelfs tijdelijk ontvoerd door fanatieke pemoeda’s (jonge, radicale revolutionairen) om een verklaring af te dwingen.

Uiteindelijk besloot Soekarno toch een verklaring af te leggen en werkten de natio­nalistische leiders in de nacht van 16 augustus 1945 in de werkkamer van Maeda aan een tekst die zowel voor de Japanse bezetter als voor de rivaliserende kampen in de Indonesische beweging acceptabel was. De uiteindelijke tekst paste op een bierviltje.

In plaats van een massabijeenkomst op een plein in Jakarta te organiseren, las Soekarno de tekst voor op de veranda voor zijn huis. Het Indonesia Raja werd gezongen en er werd een door zijn vrouw in elkaar gefröbelde vlag in een bamboestok gehesen. Binnen twintig minuten was het gebeurd.

Indonesië had zijn stichtingsdaad en stichtingsmoment: een Bevrijdingsdag die wél het vieren waard is, wat ook jaarlijks met veel aplomb gebeurt in Jakarta.

Herinneringen

De formele overgave van Japan werd ruim twee weken later, op 2 september, pas bevestigd door het ondertekenen van het instrument of surrender op het dek van de Amerikaanse kruiser Missouri in de baai van Tokio.

Namens Nederland tekende luitenant-admiraal Conrad Helfrich, die later zijn herinneringen aan die dag in kleurrijk proza aan de kolommen van Elsevier toevertrouwde: ‘Het is geschied! De indrukwekkende plechtigheid is afgelopen. Geen Gala-uniformen, geen klatergoud, doch vechttenue, khaki of wit. Geen daverende toespraken, doch enige zakelijke, korte en toch diep ontroerende woorden… En intussen heeft de omroeper het klaar en opwindend de wereld en haar naar vrede hunkerende volken verkondigd, […] dat het Keizerrijk Japan, zich onvoorwaardelijk heeft overgegeven!’

Eén klein detail van de dag bleef Helfrich achtervolgen, namelijk dat generaal Dou­glas MacArthur, de Amerikaanse opperbevelhebber, hem aansprak als ondertekenaar voor ‘Netherlands’, waarop Helfrich protesteerde dat hij toch echt namens ‘The Kingdom of The Netherlands’ aanwezig was. Klein verschil: onder het Koninkrijk werd immers Nederland plus zijn koloniale bezittingen gerekend. Zonder het ‘Kingdom of’  zou Helfrich dus alleen tekenen voor het verre Nederland, onbestaanbaar voor iemand die was geboren en getogen in de kolonie en Java als zijn vaderland zag.

In het verdrag kwam ‘The kingdom of’ te staan, maar uit de tekst bleek dat Japan zich direct overgaf aan de vier grote geallieerde machten en dus de controle over Indië afstond aan het geallieerde leger, niet aan Nederland. Het was toen al duidelijk dat de rol van Nederland in Azië was uitgespeeld.

Een bevrijding zonder bevrijders, een proclamatie van een republiek die de koloniale staat zou vervangen, een handtekening onder een verdrag dat een overwinning moest betekenen, maar een capitulatie was. Er is inderdaad weinig reden tot feeststemming, op de 15de augustus.

Elsevier nummer 33, 15 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.