buitenland

Na 25 jaar onafhankelijkheid staat Oekraïne er rampzalig voor

Door Hans Crooijmans - 17 augustus 2015

Van het optimisme ten tijde van de onafhankelijkheid in 1991 is zo goed als niets meer over. Economen voorspelden destijds een mooie toekomst voor het land. Maar een kwart eeuw later staat Oekraïne er rampzalig voor.

Wat Griekenland telkens weet af te wenden, zou Oekraïne op korte termijn zomaar kunnen overkomen: een faillissement. Het land probeert naarstig om leningen ter waarde van zo’n 17 miljard euro te herfinancieren.

Lukt dat niet voor eind september, dan zal Kiev de betaling van rente en aflossingen staken. De tijd dringt voor het land, dat financieel en economisch diep in de misère zit en tegelijkertijd is verwikkeld in een peperdure burgeroorlog die de natie verscheurt.

Schuldeisers, de particuliere Amerikaanse beleggers van Templeton voorop, rekenen erop dat het Internationaal Monetair Fonds (IMF) het benodigde kapitaal wel weer zal fourneren, zoals het voorheen ging. Inderdaad staat het IMF klaar met een pakket van 36 miljard euro.

Maar het fonds vertikt het om over de brug te komen als bezitters van Oekraïens schuldpapier niet flinke concessies doen. Het spel wordt hard gespeeld. Kiev eist dat de beleggers 40 procent van de leningen kwijtschelden en een jaar of vier, vijf genoegen nemen met 0 procent rente. Maar voorlopig willen de schuld­eisers slechts 5 procent van hun vordering wegstrepen. Onderhandelingen in San Francisco liepen vorige week op niets uit.

Opgedroogd

Oekraïne is een typisch voorbeeld van wat internationaal wordt aangeduid als een failed state, een mislukt land, zwaar getekend door een kwart eeuw politieke machtsspelletjes, economisch wanbestuur, sociale apathie en endemische corruptie.

De feiten spreken voor zich. Het inkomen per hoofd van de bevolking in Oekraïne was eind 2014 lager dan bij de onafhankelijkheid in 1991. Mede door de militaire strijd in het oosten kromp de economie in de eerste helft van 2015 met nog eens 17 procent. De productie in de zware industrie holt achteruit en de landbouw – de andere bron van exportinkomsten – ligt ook op zijn gat.

Buitenlandse investeringsstromen zijn opgedroogd. Shell, Exxon Mobil en Chevron zijn dit jaar uit schaliegasprojecten gestapt. Bijna wekelijks gaan er banken failliet. Burgers nemen, voor zover dat nog mogelijk is, hun spaargeld op. De bevolking verarmt. Pensioenen zijn eerder dit jaar in één klap met 20 procent gekort.

Officieel bedraagt de werkloosheid in Oekraïne meer dan 10 procent – in werkelijkheid is het niveau minstens dubbel zo hoog. De grivna, de nationale munt, verloor in twee jaar ruim 60 procent van de waarde. De inflatie beloopt zo’n 40 procent per jaar. De bevolking vergrijst snel en nergens in ­Europa ligt het geboortecijfer zo laag. Veel goed opgeleide jongeren hebben hun heil gezocht in Europa of de Verenigde Staten.

Hoe kon het zo misgaan met een land dat na de ineenstorting van het communistische systeem door menig econoom ongeveer dezelfde perspectieven werd toegedicht als Polen?

Leiband

Vaststaat dat in het onafhankelijke Oe­kraï­ne politieke en economische macht van begin af aan nauw verweven raakten. Die schaamteloze vriendjespolitiek manifesteerde zich bij de privatisering van grote staatsbedrijven. Via door de overheid gefaciliteerde manipulatie en malversatie kon een select clubje zakenlui zich meester maken van concerns in mijnbouw, transport, scheepsbouw en staalindustrie – voor een fractie van de waarde.

Doordat de overheid veel van die bedrijven zwaar subsidieerde en elektriciteit en gas extreem goedkoop voor ze maakte, werden inefficiënte conglomeraten zomaar geheide winstmakers.

In ruil voor de presentjes gaven de nieuwe miljardairs, die er televisiekanalen en kranten op na houden, achtereenvolgende premiers en presidenten hun steun. Maakte niet uit van welke partij ze waren en of ze nou Koetsjma, Timosjenko, Joesjenko of Janoekovitsj heetten. Lokale en regionale autoriteiten liepen aan de leiband.

Het was een publiek geheim dat minstens driekwart van de Oekraïense parlementariërs, als dank voor hun loyaliteit aan de oligarchen, profiteerde van de woekerwinsten.

Politie en opsporingsinstanties speelden het spel mee. Rechters werden in de regel omgekocht. Wie het lef had om desondanks de verderfelijke kanten van ‘het systeem’ aan de kaak te stellen, moest dat – zoals journalist Georgi Gongadze in 2000 overkwam – in het uiterste geval met de dood bekopen.

Chocoladekoning

De zaak-Naftogaz illustreert pijnlijk de nauwe en schadelijke verwevenheid tussen politiek en zakenwereld. Naftogaz is een staatsmonopolie op de inkoop en distributie van door Oekraïne uit Rusland geïmporteerd gas. Dankzij zijn goede relaties binnen de regering verwierf zakenman Dmitri Firtasj, groot geworden in kunstmest en titanium, het recht om het Russische gas door te verkopen. Dat gebeurde via zijn bedrijf RosOekrEnergo.

Volgens ruwe schattingen verdiende Firtasj meer dan 9 miljard euro aan het verschil tussen de kunstmatig lage inkoopprijs en de veel hogere verkoopprijs die RosOekrEnergo aan zijn klanten berekende.

De Oekraïense president Petro Poro­sjenko belooft de macht van de oligarchen te breken. Maar de ‘chocoladekoning’ kampt met een geloofwaardigheidsprobleem: hijzelf behoort ook tot de kongsi die op dubieuze manier fortuin maakte. Bovendien komt Porosjenko zijn belofte niet na om, eenmaal gekozen tot president, afstand te doen van zijn conglomeraat dat onder meer bestaat uit cacaofabrieken, chocolade­merken, een bank en een televisiekanaal.

Donkere wintermaanden

Porosjenko en zijn premier Arseni Jatsenjoek hebben op cruciale posten in de regering een Litouwer (Economische Zaken) en een Amerikaanse (Financiën) aangesteld, die bij hun aanstelling werden genaturaliseerd. Zij moeten werk maken van door het IMF gedicteerde economische hervormingen: uitgaven kortwieken en inkomsten verhogen.

Vandaar de bezuinigingen op pen­sioenen en de per april doorgevoerde stijgingen van de prijzen van gas en elektriciteit met respectievelijk 200 en 50 procent.

Burgers reageren gelaten. Sociale onrust is er nauwelijks. Misschien komt het doordat het zomer is en de pijn van de tariefsverhogingen pas wordt gevoeld in de koude en donkere wintermaanden.

Volgens opiniepeilingen is er begrip voor de precaire situatie waarin de regering verkeert. Tegelijk heerst scepsis. Kiev moet in 2018 bijvoorbeeld minstens 50 procent meer belastinginkomsten hebben dan vorig jaar. Oekraïense burgers en bedrijven zijn notoire belastingontduikers. Het zwartgeldcircuit beslaat volgens schattingen de helft van de economie, btw wordt nauwelijks afgedragen.

Met oude gewoonten blijkt het moeilijk breken. Agenten die een verkeersovertreding constateren, laten zich nog altijd graag betalen. Kranten staan vol met advertenties voor diploma’s-tegen-betaling.

Niettemin zou Oekraïne wel wat meer steun mogen krijgen van Europa, suggereerde president Porosjenko vorige maand in Elsevier. ‘In tegenstelling tot de Grieken zijn wij wél bezig met hervormingen.’ Oe­kraïnes totale schuld (bij elkaar zo’n 40 miljard euro, waarvan 17 miljard in handen van beleggers) is futiel vergeleken met die van de Grieken, al gauw 500 miljard euro. Maar ook Porosjenko weet: Athene ligt in de ­eurozone, Kiev nog lang niet.

Elsevier nummer 34, 22 augustus 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.