buitenland

Nieuw raketwapen Iran is ‘essentieel voor het vredesproces’

Door Elif Isitman - 22 augustus 2015

Iran heeft zaterdag een nieuwe raket onthuld, waarmee het land doelwitten binnen een straal van 500 kilometer kan raken. ‘Militaire macht’ is volgens Iran een voorwaarde voor vrede en effectieve diplomatieke betrekkingen.

Dat meldt persbureau Reuters. De grond-grondraket heet Fateh 313 en werd onthuld door het Iraanse ministerie van Defensie.

Atoomdeal

De raket komt een paar maanden nadat het islamitische land een atoomakkoord sloot met de zes grootmachten de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Duitsland, Frankrijk, China en Rusland (P5+1). De atoomdeal is erop gericht de nucleaire activiteiten van Iran aan banden te leggen in ruil voor versoepeling van de economische sancties tegen het land.

Volgens het atoomakkoord moet elke verkoop van ballistische rakettechnologie aan Iran in de komende acht jaar eerst goedgekeurd worden door de veiligheidsraad van de Verenigde Naties.

De Amerikanen hebben al aangegeven hun vetorecht tegen dergelijke aanvragen te gebruiken. Een wapenembargo tegen het land blijft ook in stand, aldus de Amerikanen, waardoor import en export van wapens naar het land de komende vijf jaar geblokkeerd wordt.

Vrede

Iran weigert bepaalde delen uit het atoomakkoord uit te voeren, vooral waar de eigen militaire activiteit wordt beperkt. De Iraanse president Hassan Rouhani herhaalde dit standpunt nogmaals op zaterdag.

‘We zullen elk type wapen dat we nodig hebben kopen, verkopen of zelf ontwikkelen. We vragen daar geen toestemming voor en zullen ons ook niet houden aan resoluties die daarover gaan,’ zei hij tijdens de ceremonie waarbij het nieuwe raketwapen onthuld werd.

‘We kunnen alleen met andere landen onderhandelen als we macht hebben. Als een land geen macht en onafhankelijkheid heeft, kan het niet in vrede leven,’ aldus Rouhani. Volgens het Iraanse ministerie van Defensie is de Fateh 313 met succes getest en zal de massaproductie van het wapen binnenkort van start gaan.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.