buitenland

‘Ontmaskerde Jihadi John’ belooft: ik kom terug naar Engeland

Door Shari Deira - 23 augustus 2015

Het lijkt erop dat de beul die in diverse video’s opdook van terreurbeweging Islamitische Staat (IS) zijn gezicht heeft laten zien. In een nieuw filmpje zegt de man van wie wordt gedacht dat het Jihadi John is, dat hij teruggaat naar Groot-Brittannië.

Behalve zijn terugkeer naar zijn thuisland, zegt de man dat hij doorgaat met onthoofden, meldt de Britse krant The Daily Mail, die de video in handen heeft.

Londen

In februari werd na verschillende gruwelijke onthoofdingsvideo’s waarin de beul te zien was, eindelijk duidelijk wie hij is. Jihadi John, zoals hij in Groot-Brittannië werd genoemd, is de 27-jarige Mohammed Emwazi uit Londen.

De laatste keer dat er een video met Emwazi naar buiten kwam, was eind januari. Toen vermoordde hij de Japanse gijzelaar Kenji Goto. De nieuwe video is volgens de krant twee maanden geleden opgenomen, in de buurt van de stad Deir Ezzor in het zuidoosten van Syrië.

In de video zou Emwazi zeggen: ‘Ik ben Mohammed Emwazi. Ik ga binnenkort terug naar Groot-Brittannië met de kalief.’ En hij zegt iets over het onthoofden van ongelovigen. Daarna zijn er twee mannen te zien, die eruitzien als beveiligers.

Islam

Emwazi is geboren in Kuweit en verhuisde met zijn familie naar Londen. Voordat hij zich aansloot bij IS was Emwazi niet zo strikt wat betreft de regels van zijn geloof. Emwazi dronk alcohol en rookte wiet. Hij deed een opleiding op het gebied van ict aan Westminster University en studeerde af in 2009. Daarna werd hij langzaamaan serieuzer wat betreft de islam.

Inmiddels is Emwazi een van de meest gezochte mensen ter wereld en zette de Verenigde Staten een beloning van 10 miljoen dollar op zijn hoofd. De eerste video waarin Emwazi te zien was, werd een jaar geleden vrijgegeven.

Toen werd de Amerikaanse journalist James Foley onthoofd. Behalve diverse westerlingen, was Emwazi ook te zien in een video waarin zeker zeventien Syrische soldaten werden onthoofd.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.