buitenland

De enige niet-blanken in Stellenbosch zijn de beveiligers

Door Fred de Vries - 29 september 2015

Wandelend door Stellenbosch is het niet moeilijk om je de vervreemding van de zwarte studenten voor te stellen.

Ijeona Opara is vanmiddag de enige zwarte lunchende klant in de Basic Bistro in de Kerkstraat in het Zuid-Afrikaanse stadje Stellenbosch. Ze voelt zich bekeken, ongemakkelijk, vertrouwt ze me toe.

De twintigjarige Opara is woordvoerder van Open Stellenbosch, een beweging van zwarte studenten van de Universiteit Stellenbosch die een transformatie eisen van het instituut dat geldt als het intellectuele hart van het Afrikanerdom.

De studenten betogen dat ze zich niet thuisvoelen in dit Afrikaner bastion. Ze willen in de eerste plaats af van de colleges in het Afrikaans, waarbij zij via een koptelefoon moeten luisteren naar een fluisterende vertaler die moeite heeft met technische termen. Verder wijzen ze op alle racistische incidenten die zich hebben voorgedaan in Stellenbosch.

Ze hebben hun klachten samengevat in de video Luister! die met verhalen over vecht- en scheldpartijen veel discussie in het land losmaakt. Er zijn twee soorten ­reacties. De ene is: ik wist niet dat racisme hier nog zo erg was. De andere is: donder dan op, als het je niet bevalt.

Ongeregeldheden

Wandelend door Stellenbosch is het niet moeilijk om je de vervreemding van de zwarte studenten voor te stellen. Rond het lunchuur zitten de talloze restaurants, chocolaterieën en koffietentjes vol goedgeklede blanke klanten die luidkeels Afrikaans praten.

Europese en Amerikaanse toeristen verdwijnen in de kledingboetieks en wijnwinkels of nemen foto’s van de witgepleisterde achttiende-eeuwse huizen. De enige donkere gezichten zijn die van de beveiligers.

‘De sfeer in Stellenbosch veranderen wordt heel lastig,’ erkent Opara. ‘Maar als je met de universiteit begint, komt de rest vanzelf.’ Nog geen week later doen zich de eerste ongeregeldheden voor tussen blanke en zwarte studenten. ‘De sfeer is gespannen,’ mailt ze.

Elsevier nummer 40, 3 oktober 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.