buitenland

In Hongaarse chaos is informatie eerste levensbehoefte

Door Servaas van der Laan - 13 september 2015

De migranten die vanuit Servië Hongarije binnenkomen, vragen niet om geld, eten of drinken. Ze willen maar één ding: weten waar ze aan toe zijn.

‘Waarom laat Hongarije ons niet doorgaan?’ ‘Waar brengen ze ons nu naartoe?’ ‘Kan ik nog doorreizen als ik hier mijn vingerafdruk zet?’ Bij het opvangkamp in Röszke zijn het de migranten die vragen aan journalisten stellen, in plaats van andersom.

Vingerafdruk

De afgelopen dagen veranderde het beleid van landen die met de migratiestromen te maken hebben voortdurend. De grenzen gingen open en dicht, de treinen reden wel en niet.

Op dit moment worden de migranten die te voet over het spoor de grens overkomen met bussen naar een opvanglocatie in Röszke gebracht. Na een verblijf van maximaal een nacht worden ze verder naar grotere kampen in het land getransporteerd.

Hier volgt registratie met de vingerafdruk. In theorie moeten ze in de kampen hun asielaanvraag afwachten, in de praktijk reizen ze allemaal door naar Wenen en verder.

Oude stadsbus

‘Waarom moeten we van kamp naar kamp als Hongarije ons toch laat gaan?’ zegt een gefrustreerde man uit Beiroet die al uren in een oude stadsbus zit te wachten totdat hij eindelijk het kamp van Röszke in mag. ‘Griekenland liet ons gaan, Macedonië en Servië ook en nu houdt Hongarije ons tegen. Geef ons gewoon 24 uur om door te reizen. Niemand hier wil in Hongarije blijven!’

Maar volgens hulporganisatie UNHCR heeft Hongarije geen andere keuze dan het volgen van de regels. ‘Hongarije heeft de verplichting de regels van Schengen te volgen,’ zegt woordvoerder Erno Simon. ‘Het beschermen van de grenzen is een basale verplichting van iedere functionerende staat. De Hongaarse regering had het hoe dan ook wel iets meer gestructureerd aan kunnen pakken.’

Lange rij

Iets van structuur zit er in elk geval wel in het verzamelen van de migranten wanneer zij net de grens over zijn gestoken. Alle migranten worden in een lange rij opgesteld en mogen een voor een de bussen naar het kamp van Röszke betreden.

De politieagent die de migranten bij binnenkomst van de bus telt, deelt de reizigers in twee groepen in: Syriërs en Afghanen. Meer smaken zijn er niet. Mohammad, toevallig echt een Syriër, zegt dat iedereen in deze bussen wordt gestraft voor ‘goed gedrag’.

‘Wij werken mee met de autoriteiten en komen in deze ellende terecht. Vrienden van ons namen de illegale weg en die zijn al lang in Duitsland.’ Op de vraag of ze deze reis vrienden thuis zouden aanraden, schudden ze het hoofd. ‘Alles beter dan dit.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.