buitenland

Merkel doorbreekt westers taboe met handreiking aan Assad

Door Tom Reijner - 24 september 2015

Vier jaar geleden opperden de Duitse bondskanselier Angela Merkel en andere westerse leiders dat de Syrische dictator moest vertrekken. Nu lijkt er sprake van een koerswijziging. Een overzicht.

De Syrische president Bashar al-Assad moet ogenblikkelijk het veld ruimen. Hij heeft zijn ‘legitimiteit verloren’. We roepen hem op om in het belang van Syrië de weg vrij te maken,’ stond in augustus 2011 in een verklaring van de Europese Commissie.

Die oproep werd van harte ondersteund door de toenmalige Franse president Nicolas Sarkozy, de Britse premier David Cameron en de Duitse bondskanselier Angela Merkel.

Rode lijn

En veel mensen herinneren zich nog wel de beruchte ‘rode lijn’-opmerking van de Amerikaanse president Barack Obama, die een jaar later Assad waarschuwde met de woorden ‘dat de rode lijn voor ons is als we ontdekken dat hele partijen chemische wapens worden verplaatst of ingezet’.

Maar hij deed helemaal niets toen die denkbeeldige lijn daadwerkelijk werd overschreden: het Syrische regeringsleger wordt ervan verdacht in de zomer van 2013 op grote schaal gifgas ingezet te hebben, met 1.300 doden tot gevolg.

Vanaf 2014 begon terreurbeweging Islamitische Staat (IS) aan een opmars, waarbij ook grote delen van Syrië werden veroverd. De bloedige burgeroorlog in het Arabische land duurt nu al ruim vier jaar, en er is nog altijd geen zicht op een oplossing.

Miljoenen mensen zijn het land ontvlucht, en komen nu, vooral via Turkije, richting Europa.

Oplossing

Het is voor Merkel de aanleiding om nu, als eerste westerse leider, expliciet te verklaren dat er moet worden gesproken met Assad. Op die manier kan er volgens haar een oplossing worden gevonden voor het Syrische conflict en de daaruit vloeiende migrantenstroom.

‘Er moet met vele actoren worden gepraat, en dat impliceert ook Assad. Maar er zijn er nog anderen,’ aldus de bondskanselier aan het einde van de Europese top in Brussel. De andere partijen waarmee het gesprek moet worden aangegaan, zijn de Verenigde Staten en Rusland, ‘maar ook belangrijke regionale partners, Iran en de soennitische landen als Saudi-Arabië.’

Duitsland wordt overspoeld door duizenden migranten – overigens door eigen toedoen – en zoekt daarom, samen met de EU – koortsachtig naar oplossingen. De migratiestroom moet tot staan worden gebracht, zoveel is duidelijk.

Militaire steun

De vraag is nu wat de Amerikanen gaan doen, zeker nu de Russen de militaire aanwezigheid en daarmee de steun aan Assad al enige tijd aan het opschroeven zijn.

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry suggereerde in maart dit jaar dat hij wel een rol ziet weggelegd voor Assad bij het overleg over Syrië – een opmerking die later in allerijl werd gerectificeerd door Washington.

Amerika zal nooit direct met Assad onderhandelen. ‘Er is geen plek voor Assad aan de onderhandelingstafel,’ zei nota bene Kerry’s eigen woordvoerder.

Dit weekeinde benadrukte Kerry dat de Syrische dictator moet vertrekken, maar dat er best valt te onderhandelen over het moment waarop dit dient te gebeuren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.