buitenland

Obama voert ‘geheime drone-oorlog’ tegen IS in Syrië

Door Elif Isitman - 02 september 2015

De Amerikaanse CIA en het Pentagon voeren een geheime drone-oorlog in Syrië om prominenten van Islamitische Staat (IS) uit te schakelen. Tot nu toe is een handjevol drone-aanvallen uitgevoerd.

Dat melden anonieme Amerikaanse functionarissen aan The Washington Post.

De drone-aanvallen maken uit van een geheim offensief tegen IS dat apart van de bredere Amerikaanse militaire operatie wordt uitgevoerd. Doelwitten zijn IS-leiders en terroristen die hun netwerk uitbreiden buiten het zelfbenoemde ‘kalifaat’.

Hacker

Een van de terroristen die zou zijn gedood door de geheime aanvallen is de hacker Junaid Hussain, in IS-kringen ook wel ‘Abu Hussain al-Britani genoemd. Vorige week werd bekend dat de 21-jarige hacker om het leven was gekomen door een Amerikaanse aanval.

Hussain riep op sociale media op tot aanslagen in de Verenigde Staten en was het brein achter verschillende cyberaanvallen. Hij was de leider van het zogenaamde CyberCaliphate, een hackerscollectief dat namens IS handelt.

Hussain kwam boven aan de lijst met doelwitten te staan, nadat was gebleken dat hij in contact stond met een van de schutters die begin mei op een tentoonstelling van Mohammed-cartoons in Texas het vuur openden.

Bij de aanslag kwamen de daders om het leven. PVV-leider Geert Wilders was als spreker op het evenement aanwezig, maar had het gebouw al vlak voor de schietpartij verlaten.

Transparantie

De CIA heeft voor zover bekend geen agenten in Syrië en voert de aanvallen op IS-leiders niet zelf uit. De geheime dienst spoort potentiële doelen op en observeert ze, waarna een drone bestuurd door een militair van de Joint Special Operations Command, de speciale antiterreurunit van het leger, het klusje klaart.

De tactiek past in een plan van de Amerikaanse president Barack Obama, die de uitvoering van de drone-aanvallen wil overhevelen van de CIA naar het leger. Daarmee zou hij het antiterreurbeleid transparanter willen maken voor het publiek.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.