buitenland

Vecht het Russische leger in het geheim mee in Syrië?

Door Emile Kossen - 07 september 2015

Terwijl de Amerikanen geen grondtroepen willen inzetten in de oorlog in Syrië, is er steeds meer bewijs dat Russische troepen al meevechten aan de zijde van president Bashar al-Assad.

In grote delen van Syrië zijn Russische militairen gespot, meldt de Amerikaanse nieuwssite Daily Beast op basis van ooggetuigenverslagen. Sommigen lopen rond in Russische legeruniformen, anderen vallen op door hun blonde haar en blauwe ogen.

In de hoofdstad Damascus zouden Russische officieren regelmatig met Syrische en Iraanse tegenhangers overleggen, terwijl bij militaire checkpoints door het land hele contingenten Russische soldaten gestationeerd zouden zijn.

Beelden

Volgens de The New York Times zijn de Russen bovendien bezig de operaties in Syrië verder uit te breiden. In de Syrische stad Latakia bouwden ze onlangs een luchtverkeerstoren op en werden er honderden voorgefabriceerde huizen neergezet. Daar zouden zo’n 1.000 militairen kunnen worden gehuisvest.

Ook doken er beelden op van de Syrische staatstelevisie waarop te zien zou zijn dat het leger van Assad tijdens een gevechtsmissie wordt bijgestaan door Russische soldaten en pantserwagens. Een aantal van de militairen in de video spreekt Russisch.

 

Poetin

Het is niet de eerste keer dat er berichten naar buiten komen over mogelijke Russische militaire interventie in Syrië. Al sinds het begin van de Syrische burgeroorlog is Rusland de belangrijkste bondgenoot van Assad. Toch ontkent Poetin een actieve rol van het Russische leger in Syrië. Volgens hem verstrekt Rusland enkel militaire training en wapens aan het Assad-regime.

De steun van Poetin aan Assad is een doorn in het oog van de internationale coalitie onder leiding van de Verenigde Staten, die juist een groep oppositiepartijen militair steunt in de strijd tegen Islamitische Staat. Als de Russen echt meevechten aan de zijde van Assad, dan zouden die oppositiepartijen ook doelwit kunnen zijn.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.