buitenland

Waarom Poetin wil samenwerken met Assad

Door Hans Crooijmans - 21 september 2015

Moskou ontkent dat het Russische leger zich rechtstreeks zal mengen in de Syrische burgeroorlog. Maar Poetin zal Assad ook niet laten vallen. Bovendien is Syrië een mooie afleiding van de patstelling in Oekraïne.

Wat is Rusland van plan in Syrië? Zette het Kremlin de voorbije weken al Russische militairen en wapens in om de wankele positie van president Bashar al-Assad te verdedigen? Wacht het Kremlin nog slechts op een geschikt moment om militair te interveniëren in het door een burgeroorlog geteisterde land?

Of stuurt Moskou juist aan op een coalitie met de Verenigde Staten en Europa om Syrië te bevrijden van terreurbeweging Islamitische Staat (IS)? In het laatste geval zou eindelijk de geopolitieke impasse worden doorbroken waarin Rusland en het Westen verkeren sinds het begin van de Oekraïne-crisis, eind 2013.

Het ligt allemaal wat anders. Tenminste, als we Sergej Lavrov mogen geloven. De Russische  minister van Buitenlandse Zaken legde het vorige week op de nationale televisie nog eens geduldig uit: Rusland is niet van plan om Assad te laten vallen.

In zijn visie is de Syrische president een deel van de oplossing, en niet het probleem. Zonder tegenstand van het leger van Assad zou IS gemakkelijk grotere delen van Syrië kunnen veroveren, is Lavrovs redenering. En Europa zou dan worden geconfronteerd met een nog groter vluchtelingenprobleem.

Geheim

Rusland blijft daarom, net als in het verleden, volop militair materieel aan Assads regime leveren. Tanks, gevechtsvliegtuigen, antiraketsystemen.

Lavrov: ‘Het leveren van wapens gaat onvermijdelijk gepaard met het sturen van Russische specialisten, die de Syriërs leren hoe ze die moeten installeren en gebruiken. We hebben er nooit een geheim van gemaakt dat we zulke hulp leveren.’ Van directe betrokkenheid van Russische militairen is dus helemaal geen sprake, aldus Lavrov.

De kwestie is dat de Russische bewindsman niet op zijn woord wordt geloofd. In westerse media verschenen verhalen over speciale Russische eenheden in Syrië die stiekem een grote militaire operatie voorbereidden – net als vorig jaar de ‘groene mannetjes’ bij de annexatie van de Krim deden.

Het is absurd om te denken dat we in Syrië gaan vechten, klinkt het aan Russische kant. De wonden van het debacle in Afghanistan, bijna dertig jaar geleden, zijn duidelijk nog niet geheeld.

‘De Russische militaire aanwezigheid in Syrië is ontaard in een welles-nietesspel dat afleidt van de werkelijke tegenstelling,’ vindt de Moskouse politicoloog Fjodor Loekjanov (48). ‘Die tegenstelling behelst dat president Barack Obama per se af wil van Assad, terwijl Poetin daaraan absoluut niet wil toegeven.’

Groter kwaad

Waarom wil Poetin dat niet? Loekjanov, hoofdredacteur van het tijdschrift Rusland in de Wereldpolitiek: ‘Het Syrië van Assad is de laatste bondgenoot van Rusland in het Midden-Oosten. We hebben er onze enige marinebasis aan de Middellandse Zee en we verkopen er veel wapens. Maar hier speelt niet alleen eigenbelang.

Poetin wijst er terecht op dat je moet uitkijken met het zomaar opzijschuiven van autoritaire leiders in de Arabische wereld. Saddam Hussein, Muammar Khaddafi, Hosni Mubarak; op aandrang van het Westen zijn ze verdreven. Maar zie wat we er in Irak, Libië en Egypte voor in de plaats kregen.’

Europa was de laatste jaren ook fel anti-­Assad. Maar sinds kort hebben de politieke leiders van onder meer Frankrijk en Groot-­Brittannië hun toon wat gematigd, signaleert Loekjanov. ‘Het besef groeit dat IS een veel groter kwaad is dan Assad. Amerika wil die draai nog niet maken, al was het maar omdat dit zou impliceren dat Poetin de Midden-Oostenpolitiek mede bepaalt.’

Zeker is dat ook Rusland IS ziet als een enorme bedreiging. De terreurbeweging oefent immers grote aantrekkingskracht uit op de vele fundamentalistische moslims in deelrepublieken als Tsjetsjenië en Dage­stan. Vele honderden van zulke Russische staatsburgers zouden zich al bij het IS-leger in Irak en Syrië hebben aangesloten.

Daarnaast wordt het dreigement van IS dat ‘het kalifaat zal worden uitgebreid naar Rusland’, zeer serieus genomen. Bovendien is er permanent de angst dat moslimfundamentalisten Moskou of andere steden zullen treffen met terroristische aanslagen.

Genoeg redenen dus voor Rusland om in Syrië samen te werken met de weinig effectieve, door Amerika geleide coalitie die vanuit de lucht stellingen van IS bestookt. Maar ja, Assad…

Op maandag 28 september spreekt Vladimir Poetin in New York de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties toe. In Moskou wordt verwacht dat de Russische president bij die gelegenheid – en tijdens een mogelijk onderhoud met Barack Obama – het Westen zal voorstellen om de handen ineen te slaan in de kwestie-Syrië.

‘Het zou mooi zijn wanneer Rusland zo’n strategische samenwerking kan vormen,’ meent Vladimir Frolov (53), een adviseur op het gebied van overheidsrelaties. ‘Dat zou immers de aandacht afleiden van de controverse over Oekraïne.’

YouTube-video van Russische tank in de heuvels rond Latakia, Syrië:

Separatisten

Frolov raakt een gevoelige snaar. Opiniepeilingen tonen aan dat, hoe langer het conflict in Oost-Oekraïne zich voortsleept, des te onverschilliger het Russische volk raakt over de uitkomst ervan.

Een jaar geleden vond liefst 48 procent dat de zogenaamde volksrepublieken Loegansk en Donetsk bij Rusland zouden moeten worden gevoegd. Inmiddels is dat minder dan 19 procent. Het draagvlak voor militaire en zelfs humanitaire hulp aan de door separatisten gecontroleerde regio’s nam navenant af.

De reden ligt voor de hand: Russen hebben al genoeg aan hun hoofd. Ze betalen al fors om de Krim financieel op de been te houden en vrezen dat ze straks ook de hoge prijs mogen betalen voor het herstel van de zwaar beschadigde regio’s Donetsk en Loegansk. Westerse sancties hebben er bovendien toe bijgedragen dat de Russische economie dit jaar zo’n 4 procent krimpt.

De prijzen stijgen gemiddeld met 15 procent, op onderwijs en zorg wordt bezuinigd, reële lonen dalen en pensioenen worden waarschijnlijk bevroren. De gekelderde roebel heeft luxe westerse producten – voor zover die al niet onder een boycot vallen – voor velen onbereikbaar gemaakt. Vakantietripjes naar Europa zijn onbetaalbaar geworden.

Nog altijd steunt een overweldigende meerderheid van de Russen Poetins beleid. Tegelijk leeft het besef dat Rusland geïsoleerd blijft zolang geen vooruitgang wordt geboekt in de kwestie-Oekraïne.

Zelfbestuur

De manoeuvreerruimte van de president is nochtans gering. Teruggave van de Krim is uitgesloten. Herstel van het gezag van Kiev in de ‘volksrepublieken’ is wel bespreekbaar, maar omgeven met harde voorwaarden over zelfbestuur en erkenning van de Russische taal.

Niets wijst er bovendien op dat Poetin zijn oorspronkelijke doelen heeft losgelaten: Oekraïne moet een bufferstaat blijven. Het land mag, zo het er al toe zou worden uitgenodigd, geen lid worden van de EU, laat staan van de NAVO.

Politicoloog Loekjanov: ‘Poetin gokt erop dat in het westerse kamp grotere verdeeldheid ontstaat. Hij verwacht niet veel van Amerika, wel van Frankrijk en Duitsland. Want de Syrische vluchtelingencrisis, de problemen in Oekraïne en de economische sancties raken vooral Europa.’

Elsevier nummer 39, 26 september 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.