buitenland

‘Eritreeërs vragen ons hoe je "Damascus" uitspreekt’

Door Servaas van der Laan - 21 oktober 2015

Elias (22) uit Damascus trok van Syrië naar Europa en kwam uiteindelijk terecht in Zaandam. Tegen elsevier.nl vertelt hij zijn verhaal.

Op maandag 14 september, de dag dat Hongarije het hek op de grens met Servië hermetisch afsloot, komen Elias en zijn vrienden over de spoorlijn Hongarije binnengelopen. In de brandende zon kijken de jongens richting een verzamelpunt in de verte waar politieagenten migranten in groepen opstellen. ‘Do they take fingerprint there?’ vraagt Elias, wijzend naar de politieagenten. In het grensplaatsje Röszke hoeven de migranten niet direct hun vingerafdruk te geven, maar de kans is aanwezig dat dit in een later stadium wel moet gebeuren.

Daar hebben de jongens geen zin in en ze besluiten om te keren. ‘We hebben in Servië een aanbod gekregen van smokkelaars. Ik denk dat we dat gaan proberen,’ zegt Nabil, één van de vrienden van Elias. ‘Desnoods gaan we terug naar Griekenland. Daar konden we voor 7.000 euro een neppaspoort kopen waarmee we zonder problemen naar Nederland konden vliegen.’

Van Damascus naar Zaandam

Ruim een maand later zit Elias in de tijdelijke noodopvang nabij ’t Veldpark in Zaandam. Het miezert en het is ruim twintig graden kouder dan in zijn woonplaats Damascus, maar toch is hij gelukkig. ‘Het is mooi hier,’ zegt hij in gebroken Nederlands. ‘Nog mooier dan ik had gedacht’.

Gezeten op een bankje in het park vertelt hij dat hij en zijn vrienden uiteindelijk besloten niet terug te gaan naar Servië, maar bij een benzinestation een mensensmokkelaar in vertrouwen te nemen. Die bracht de jongens van de Servisch-Hongaarse grens naar Boedapest. Van daar gingen ze met vier man in een gesloten busje naar Wenen. In de Oostenrijkse hoofdstad namen ze de trein. Zijn vrienden gingen naar Duitsland en Zweden, maar Elias wilde per se naar Nederland.

IS-strijders

‘In Duitsland kom ik te veel vijanden tegen. Ik hoorde op Kos een groepje gevluchte IS-strijders met elkaar praten. Ze hadden geen zin meer in de oorlog en waren gevlucht. Zij gingen allemaal naar Duitsland. Toen wist ik zeker dat ik daar niet wilde zijn.’

Als christenen hadden Elias en zijn familie een goed leven in de Syrische hoofdstad. Hij studeerde Economie en ging vaak stappen met vrienden. ‘Wat we dan dronken? Nou, alles waar alcohol in zat!’ ‘De problemen in Syrië spelen niet rond de christenen. Assad beschermt ons. Het zijn de moslims die elkaar naar het leven staan en in een eindeloze strijd verwikkeld zijn.’

Dienstplicht

Toch besloten hij en zijn broer om deze zomer Syrië te verlaten. Dat had met de dienstplicht te maken. ‘We hebben geen zin om mee te vechten in deze zinloze oorlog. Wat moet ik doen?’ vraagt hij wijzend op zijn kleine postuur, ‘ik kan toch helemaal niet vechten? Ik heb geen idee hoe dat moet. Ik wil veel liever studeren.’

Terwijl hij in afwachting is tot zijn asielaanvraag in behandeling wordt genomen, probeert Elias Nederlands te leren. Hij krijgt Nederlandse les in de kerk vlakbij het opvangcentrum. Naast zijn bed heeft hij Nederlandse kinderboeken liggen. Tot zijn grote verbazing leren sommige mensen in het kamp geen Nederlands, maar Arabisch. ‘Terwijl wij Nederlands aan het leren zijn, proberen Somaliërs en Eritreeërs onze taal te leren. Ze vragen ons hoe je “Damascus” uitspreekt. Door zich als Syriër voor te doen, denken ze meer kans te maken bij de immigratiedienst’.
http://www.youtube.com/watch?v=av6nbt3J_-k

Profiteur

Terwijl Elias en een vriend op het bankje in het park hun verhaal vertellen, roept een voorbijganger vanaf zijn fiets naar de jongens: ‘profiteurs!’. Elias zegt de zorgen van de Nederlanders wel te begrijpen. ‘Het is niet niks als er zo veel vreemdelingen naar je land toe komen. Ik snap dat mensen angsten hebben. Maar tegelijkertijd hebben wij die angst ook. We zijn in een vreemd land, we gaan altijd in groepjes naar de supermarkt ofzo. Ik verlaat nooit alleen het opvangkamp’.

Over de voorzieningen in het kamp heeft Elias verder niet te klagen. ‘Het is warm binnen, we krijgen twee keer per dag te eten en we kunnen voetballen of pingpongen. In de kamers is er weinig privacy, dat is soms wel vervelend. En ik moet lang wachten. Maar ik weet waar ik het voor doe, ik hoop dat mijn asielaanvraag snel wordt gehonoreerd. Dan kan ik gaan studeren en een baan vinden’.

Elias is een gefingeerde naam. De echte naam van Elias is bekend bij de redactie van Elsevier.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.