buitenland

Nieuwe geweldsgolf Israël: ‘Intifada van de Messen’

Door Jan Franke - 16 oktober 2015

De angst groeit na gruwelijke aanslagen door Palestijnen. Veiligheidsexperts zoeken naarstig naar een strategie tegen de nieuwe geweldsgolf.

Op klaarlichte dag rijdt een witte bedrijfsauto met hoge snelheid in op een bushalte in de wijk Geula in het centrum van Jeruzalem.

Een man die naast de halte staat, wordt overreden. De bestuurder stapt uit en rent zwaaiend met een handbijl achter een vluchtende oudere man aan. Met grote halen hakt hij in op zijn slachtoffer totdat een toegesnelde bewaker van een winkel hem neerschiet. De vluchtende man een 60-jarige rabbijn uit de buurt en de dader overleven de aanval niet; de man die werd overreden, raakt zwaargewond.

De reeks aanslagen die Israël en de Palestijnse Gebieden sinds begin oktober teistert, wordt op Palestijnse en Arabische sociale media al de ‘Intifada van de Messen’  genoemd. Tijdens de Eerste Intifada, die eind jaren tachtig begon, beantwoordde Israël de massale straatprotesten en stakingen met arrestaties, infiltratie, en later de vredesbesprekingen van Oslo.

Veiligheid

In reactie op Palestijnse zelfmoordaanslagen tijdens de Tweede Intifada (2000-2005) bouwde de Joodse staat een muur om de Westelijke Jordaanoever en trok zich terug uit de Gazastrook. Het aantal aanslagen nam drastisch af en het gevoel van veiligheid werd hersteld, zeker in steden als Tel Aviv en Haifa, die op enige afstand van grote Palestijnse dorpen en steden liggen.

Maar het blijft een kat-en-­muisspel. Nu geweren en explosieven moeilijker door de Israëlische verdediging zijn te krijgen, gebruiken Palestijnen messen en schroevendraaiers, die elke campingwinkel verkoopt.

Tegen dit soort aanvallen kunnen we niet veel doen, zegt de Israëlische majoor Aryeh Salicer (38).  ‘Elke ochtend instrueer ik mijn soldaten en officieren hoe zij zich op straat moeten gedragen, en waarop ze moeten letten. We sturen extra soldaten die zijn getraind in de verdedigingstechniek Krav Maga en hopen op de waakzaamheid van onze burgers.’

De daders zijn overwegend jonge Palestijnse mannen en vrouwen uit Oost-Jeruzalem. Als inwoners van wat de Israëlische regering als zijn ondeelbare hoofdstad beschouwd, hebben zij identiteitsbewijzen waarmee ze door Israël kunnen reizen en werken, in tegenstelling tot Palestijnen op de Westelijke Jordaanoever, die uitvoerig worden gecontroleerd bij checkpoints langs de afscheidingsmuur. Maar totale afsluiting is nauwelijks een optie.

Het aanhoudende brute geweld zet de verhoudingen onder hoogspanning. Mensen blijven weg van drukke plaatsen zoals winkelcentra en stations. In Jeruzalem zijn de stadsbussen halfleeg, de tram rijdt vaker niet dan wel. Er zijn vergeldingsaanvallen. In Noord-Israël stak een Joodse man in op een andere man, omdat hij dacht dat het een Palestijn was. Maar het slachtoffer bleek ook Joods.

De zaak veroorzaakte ophef onder miljoenen Joodse Israëliërs die oorspronkelijk uit Arabische landen komen en uiterlijk nauwelijks te onderscheiden zijn van Palestijnen. Nu praten zij op straat nadrukkelijk Hebreeuws in hun telefoons of dragen T-shirts met ludieke opschriften over hun afkomst om duidelijk te maken dat zij ook Joods zijn.

Propaganda

Terwijl de sfeer op straat grimmiger en meer paranoïde wordt, brengen veiligheidsdiensten en analisten de dynamiek van de opstand op Arabische sociale media in kaart. Zo hopen zij opnieuw een voorsprong te krijgen.

‘Palestijnse jongeren zien op Facebook en Twitter video s van het geweld van Israëlische agenten. Die beelden zijn vaak gemanipuleerd. Ze tonen wel de dood van de Palestijn, maar niet zijn aanslag,’  zegt Adam Hoffman (32), onderzoeker aan het Israëlische Instituut voor Nationale Veiligheid. Normaal houdt hij zich bezig met het analyseren van propaganda van IS in Syrië en Irak, maar door de crisissituatie in zijn thuisland onderzoekt hij nu vooral Palestijns materiaal.

Hoffman: ‘Sociale media zijn niet de oorzaak van het Palestijnse geweld, maar ze spelen wel een essentiële rol in de organisatie en coördinatie. Vroeger kregen relschoppers een boodschap via de televisie of pamfletten. Nu geven ze met hashtags en foto s op Facebook de boodschap zelf vorm en inspireren zo weer anderen. Het is een oncontroleerbaar proces, en veiligheidsdiensten kunnen alleen reactief optreden.’

De meeste daders zijn niet verbonden aan politieke bewegingen zoals Fatah of Hamas en hebben geen strafblad. Volgens Hoffman probeert vooral Hamas de controle over de opstand te verkrijgen door op sociale media de hash­tags en foto s die de jongeren maken via zijn officiële kanalen te verspreiden.

‘Het enige positieve is dat er heel veel Palestijnen zijn die niet meedoen, omdat ze weten dat dit geweld zinloos is. De rest is helaas oncontroleerbaar.’

Elsevier nummer 43, 24 oktober 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.