buitenland

Rusland ziet granaten op ambassade Damascus als ‘terreur’

Door Tom Reijner - 13 oktober 2015

De Russische ambassade in de Syrische hoofdstad Damascus is dinsdag bestookt. Twee granaten kwamen tot ontploffing op het terrein van de diplomatieke vestiging.

Daarbij raakte niemand gewond, en ook werd geen schade aangericht, meldt een woordvoerder van de ambassade.

Maar een verslaggever van de Britse zender BBC in Damascus zegt dat er wel degelijk gewonden zijn.

Paniek

Op het moment van de granaatinslagen waren er rond het gebouw voorstanders van de luchtacties door Rusland samengekomen voor een protest. Het ging vooral om pro-Assad-betogers, die het Kremlin wilden bedanken voor de militaire interventie in Syrië.
De betogers hielden borden bij zich met teksten als ‘Bedankt Rusland’ en ‘Syrië en Rusland vechten samen tegen het terrorisme’.

De granaten zaaiden paniek bij de demonstranten, melden diverse bronnen. Moskou neemt de aanval in elk geval erg serieus. Minister van Buitenlandse Zaken Sergej Lavrov sprak van ‘een terreurdaad, die is bedoeld om de bestrijders van internationaal terrorisme te intimideren’. We zoeken samen met de Syrische autoriteiten uit wie hiervoor verantwoordelijk zijn, aldus de bewindsman.

Bombardementen

Het doorgaans betrouwbare Syrische Observatorium voor de Mensenrechten zegt de granaten zijn afgeschoten vanuit het oostelijke gedeelte van de stad – die grotendeels nog in handen is van de Syrische president Bashar al-Assad.

Rusland voert in Syrië sinds eind september bombardementen uit op Islamitische Staat (IS) en andere rebellen die tegen Assad vechten – en die soms ook, in het geval van bijvoorbeeld het Vrije Syrische Leger, worden getraind door de Amerikaanse regering. Daar komt overigens binnenkort een einde aan, bleek vorige week.

Tot ergernis van westerse leider lijken de Russische strijdkrachten geen onderscheid te maken tussen de verschillende tegenstanders van Assad; ze zouden ook groepen bombarderen die door het Westen worden gesteund.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.