buitenland

Rutte vraagt Abbas om einde Palestijnse geweldsgolf

Door Emile Kossen - 29 oktober 2015

Premier Mark Rutte (VVD) heeft de Palestijnse leider Mahmoud Abbas, momenteel op bezoek in Nederland, verzocht zijn bevolking op te roepen te stoppen met het geweld tegen Israëliërs.

Na een gesprek in het Catshuis in Den Haag verklaarde Rutte dat hij Abbas heeft gevraagd ‘gewelddadig verzet af te keuren’. Rutte ziet een belangrijke rol weggelegd voor de Palestijnse leider om het conflict ‘te de-escaleren.’ Tot nu toe heeft Abbas dit soort oproepen, ook gedaan door veel andere westerse leiders, genegeerd.

Tweede Kamerleden die donderdagochtend een besloten bijeenkomst hadden met de Palestijnse leider zeggen dat Abbas het recente geweld achter de schermen wél veroordeelt. VVD-Kamerlid Han ten Broeke: ‘Maar het heeft pas zin als hij het ook in eigen huis en in het Arabisch doet.’

Onrustig

Het is al een aantal weken erg onrustig in Jeruzalem en in het gebied rond de Gazastrook. Het huidige conflict draait vooral om de heilige Tempelberg in de Israëlische hoofdstad, waar momenteel alleen moslims mogen bidden. Palestijnen vrezen dat joden aan die regeling willen toornen.

De spanningen hebben zich vertaald tot een ware geweldsgolf. Palestijnen gooiden eerst nog alleen met stenen, maar staken daarna willekeurige Israëli’s neer en schoten raketten af. Het Israëlische leger reageerde met militaire acties. Bij het geweld vielen zeker 11 Israëlische en 51 Palestijnse doden.

Martelaars

Tot dusver lijkt Abbas het geweld van Palestijnse kant juist te steunen. Op Palestijnse televisie zei hij bijvoorbeeld dat ‘elke druppel bloed die in Jeruzalem wordt vergoten, puur is. Iedere martelaar zal het paradijs bereiken.’

Abbas wilde niet reageren op de oproep van Rutte. De Palestijnse premier Rami Hamdallah deed dat wel: hij verklaarde dat de Palestijnse Autoriteit alleen ‘geweldloos verzet’ goedkeurt. De Palestijnse delegatie, die bestaat uit 130 man, is momenteel in Nederland om de onderlinge banden te versterken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.