buitenland

‘Brein achter Parijs beraamde aanslagen op Joodse buurten’

Door Elif Isitman - 27 november 2015

Abdelhamid Abaaoud, het vermoedelijke brein achter de terreuraanslagen in Parijs, had het specifiek op Joodse doelwitten voorzien. Hij was erop uit het Franse transportsysteem en scholen te ontregelen.

Dit zeggen bronnen rondom het onderzoek naar de aanslagen vrijdag tegen de Jerusalem Post.

Opschepper

De Belgische terrorist Abaaoud zou ook hebben opgeschept over hoe makkelijk het was geweest om vermomd als migrant vanuit Syrië via Griekenland de Europese Unie opnieuw binnen te komen. Dit was twee maanden voor de aanslagen. De informatie kwam overeen met informatie in een eerder gelekte getuigen verklaring van de Franse politie.

Abaaoud kwam vorige week woensdag om het leven tijdens een vuurgevecht met de politie in de Parijse voorstad Saint Denis. De terrorist zou zich daarvoor in dat appartement hebben schuilgehouden. Zijn nicht Hasna Ait Boulahcen, die hem verbogen hield, kwam bij hetzelfde vuurgevecht om. Handlanger Salah Abdeslam is nog altijd voortvluchtig.

Hij zou informatie met haar hebben gedeeld over toekomstige aanslagen die hij in gedachten had. Zo zou hij haar verteld hebben dat er plannen waren om vooral ‘gebieden met veel Joden’ te raken en aanslagen te plegen die ‘scholen en het transportsysteem’ zouden ontregelen.

Schoenen

Abaaoud zou Boulahcen 5000 euro hebben geboden om twee pakken en twee paar schoenen voor hem en een anonieme handlanger te kopen om een aanslag te plegen in La Défense, het zakelijke district van Parijs.

De Parijse aanklager François Molins verklaarde dinsdag al dat de terroristen van plan waren om vorige week woensdag, de dag waarop ze uiteindelijk omkwamen, een aanslag te plegen in La Défense. Daarbij werd ook aangekondigd dat de politie een onderzoek start naar de betrokkenheid van de verhuurder van het appartement in Saint Denis. De verhuurder kan onmogelijk niet van de plannen van de terroristen af hebben geweten, denkt de politie.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.