buitenland

Europees verbod op ‘Made in Israël’-etiket is laf en hypocriet

Door Simon Rozendaal - 17 november 2015

Europa meet met twee maten: Producten uit Israëlische ‘bezette gebieden’ mogen niet het etiket ‘Made in Israël’ hebben, maar bij producten uit Turkije of Rusland is het geen probleem.

De Europese Commissie wil dat producten uit Joodse nederzettingen in bezet gebied niet langer worden aangeboden onder het etiket ‘Made in Israël‘. Het is natuurlijk een politieke maatregel, om Israël duidelijk te maken dat het de praktijk om vestigingen te beginnen in overwegend Palestijnse gebieden nu toch echt moet stoppen.

Laf

De maatregel is allereerst laf. De Commissie zegt immers niet hardop dat het de bedoeling is om Israël te pesten en de Arabieren te paaien. De Commissaris voor Handel, Cecilia Malmström, deed bij de aankondiging of haar neus bloedde.

Nee hoor, het heeft niets met een politieke stellingname tegen het nederzettingenbeleid te maken. De maatregel is ook niet afgedwongen door allerlei anti-Israël-groepen in Europa. Hoe komt u daar toch bij? Nee, we willen de consument slechts beter informeren over waar zijn olijven en sinaasappelen vandaan komen.

Hypocriet

De maatregel is ook hypocriet. Meten met twee maten. Er zijn tal van landen die de afgelopen decennia landjepik bij de buren hebben gepleegd. Turkije bijvoorbeeld bezet al sinds jaar en dag Noord-Cyprus. Rusland heeft net de Krim geannexeerd. Etiketten met ‘afkomstig uit door Rusland bezet gebied’ of ‘afkomstig uit door Turkije bezet gebied’ zijn afwezig in de supermarkten.

Met alle kritiek die er wellicht mogelijk is op het nederzettingenbeleid en op de manier waarop Palestijnen worden behandeld, feit is en blijft dat Israël een oase van vrijheid, gelijkheid en broederschap is te midden van een woestenij van dictatuur en barbarij.

Zelfs antisemitische Palestijnen worden er beter behandeld dan in omringende landen. Europa moet zo’n land niet willen jennen maar er vierkant achter gaan staan.

Elsevier nummer 47, 21 november 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.