buitenland

Frankrijk ‘staat open’ voor militaire samenwerking met Assad

Door Emile Kossen - 27 november 2015

In een nieuwe poging een internationale coalitie tegen Islamitische Staat te smeden gaan de Fransen nu zelfs samenwerking met de Syrische president Bashar al-Assad niet meer uit de weg.

Jarenlang hebben de Fransen geroepen om het vertrek van Assad. De minister van Buitenlandse Zaken Laurent Fabius zei eind september nog dat Assad ‘verantwoordelijk is voor de huidige chaos.’

Maar na de aanslagen in Parijs lijkt alles te zijn veranderd. Fabius zei vrijdag tegen het Franse RTL dat militaire samenwerking met Assad serieus wordt overwogen.

Grondtroepen nodig

Frankrijk voert momenteel luchtaanvallen uit tegen Islamitische Staat boven Syrië, maar Fabius zegt dat ook grondtroepen nodig zijn om de terreurgroep te verslaan. Frankrijk wil die troepen zelf niet sturen.

Naast samenwerking met rebellengroepen als het Vrije Syrische Leger is daarom een militaire alliantie met het leger van Assad voor de Fransen ‘denkbaar’, aldus Fabius. Het Syrische regeringsleger wordt al bijgestaan door de Russen, Iraniërs en het Libanese Hezbollah.

Nieuwe verkiezingen

Op den duur moet Assad wel zijn politieke rol opgeven van de Fransen. ‘Assad kan niet de toekomst zijn voor het Syrische volk,’ zegt Fabius. Binnen achttien maanden wil Fabius nieuwe verkiezingen in het land.

Daarmee impliceert de minister dat Assad wel kan fungeren in een overgangsregering. Een soortgelijk plan werd eerder ook al door andere regeringsleiders besproken.

Monsterverbond

De afgelopen week sprak de Franse president François Hollande met Barack Obama, Vladimir Poetin en Angela Merkel over een ‘monsterverbond‘ tegen Islamitische Staat. De aanvaring tussen Turkije en Rusland heeft de oprichting van zo’n alliantie bemoeilijkt.

Toch werden ook kleine stappen in de richting van een monsterverbond gezet. Rusland beloofde om in het vervolg alleen Islamitische Staat aan te vallen, en zich niet meer op andere vijanden van het Assad-regime te richten.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.