buitenland

‘Hier gebeurt alles waar moslimextremisten van walgen’

Door Eveline Bijlsma - 14 november 2015

Een dag na de ergste aanslag sinds de Tweede Wereldoorlog verwerken Parijzenaars het drama. Sommigen zochten de rampplekken op, maar de meesten bleven veilig in huis.

Slechts tien maanden na het bloedbad bij Charlie Hebdo moet Parijs een nieuw drama verwerken. En dat is op straat te voelen.

Een jongen met een staartje in zijn haar en een zonnebril op – ook al is het grauw weer – klampt een willekeurige voorbijganger aan. ‘Is de Bataclan daar?’ wijst hij naar de dranghekken waarmee de Boulevard Voltaire is afgezet. ‘Ik kom net uit Montpellier’, snikt hij. ‘Mijn broertje was daar gisteravond bij het concert.’ Snel beent hij verder.

Ver kan hij niet zijn gekomen. Meerdere straten rondom het theater waar moslimextremisten vrijdagavond in koelen bloede tientallen muziekliefhebbers executeerden, zijn geblokkeerd. Maar de plek trok de dag na de aanslag honderden Parijzenaars die behoefte hadden om de plek te zien en daar met stadgenoten een eerbetoon aan de slachtoffers te brengen.

Steun

Net als de hoek van de Rue Alibert en de Rue Bichat, waar de reeks aanslagen vrijdagavond iets voor half tien begon. ‘Net als na de aanslag op Charlie Hebdo kon ik niet binnen blijven’, zegt de Libanese Hala Basbous (30), die sinds zeven jaar in Parijs woont. Samen met haar man runt ze een koffietentje vlakbij de getroffen bar Le Carillon en restaurant Le Petit Cambodge. ‘Ik wil naar buiten, bij anderen vind ik steun.’

Zij en haar man hoorden de schoten, en zagen paniekerige cafébezoekers en buurtbewoners voorbij rennen. Een paar getroffen stadgenoten wilden in hun toilet het bloed van hun handen wassen, anderen verborgen zich uit angst op het binnenplaatsje. Basbous was in januari ook bij de mars ter ere van de slachtoffers. ‘Helaas kunnen we nu in ieder geval tot donderdag de straat niet op, dat is veel te gevaarlijk.’

Rustig op straat

Ondanks dat vele Parijzenaars de behoefte voelen een van de zes rampplekken in de stad op te zoeken, was het vandaag opvallend rustig op straat. ‘Het lijkt wel een zondag in augustus’, zegt Xavier Desvaux (51). De ambtenaar woonde in het elfde, een van de getroffen arrondissementen. Hij laat zich door de gruwelheden niet weerhouden, maar weet wel waarom zijn stadgenoten binnen blijven. ‘Ze zijn bang dat het nog een keer gebeurt.’

Toch komt het dichtbij, zegt hij, terwijl hij een Parijse leenfiets terug zet in een standaard. ‘Ik kwam zelf vaak in de Bataclan, het theater waar tientallen mensen zijn neergeschoten na een gijzeling. Zo zonde, het is een sympathiek theater met laagdrempelige bands. Niemand wil hier meer heen natuurlijk.’

Hij weet wel waarom de terroristen het op zijn oude buurt hadden gemunt. ‘Hier gebeurt op uitgaansavonden alles waar moslimfundamentalisten niet tegen kunnen: vertier, alcohol. Dus wat doe je dan? Jongeren doodschieten die naar een concert luisteren’, zegt hij mismoedig.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.