buitenland

Aanval op Ramadi: ‘IS gebruikt inwoners als menselijk schild’

Door Tom Reijner - 09 december 2015

Het Iraakse leger is duidelijk een tegenoffensief begonnen tegen IS in Ramadi. De terroristen zouden intussen duizenden mensen gegijzeld houden als represaille.

De terroristen willen hen gebruiken als menselijk schild, meldt persbureau Reuters.

Onder controle

Het leven voor de inwoners in de grotendeels soennitische stad, die sinds mei dit jaar in handen is van IS, wordt er alleen maar slechter op, zeggen ze zelf. De moslimextremisten van Abu Bakr al-Baghdadi begint steeds meer paranoïde te worden, nu de Iraakse strijdkrachten de stad vanuit westelijke richting naderen.

Het leger heeft naar eigen zeggen al grote delen van de stad ingenomen. Als de claim klopt, gaat het om een grote doorbraak in de strijd tegen de terreurgroep. Iraakse troepen zijn er al maanden op gebrand om de omgeving rond Ramadi onder controle te krijgen.

De stad ligt strategisch: het ligt 90 kilometer ten westen van de Iraakse hoofdstad Bagdad, en is de hoofdstad van de Anbar-provincie. Het Iraakse leger zei gisteren dat de militairen zich klaarmaken om het centrum in te trekken. De aanvoerlijnen zijn afgesloten, waardoor IS nauwelijks versterking kan binnenhalen.

Verzegelde kist

Maar dat heeft dus consequenties voor de burgers in de stad. ‘De IS-strijders worden steeds vijandiger en achterdochtiger,’ zegt Abu Ahmed, een van de inwoners die sprak met Reuters.

‘Ze zorgen ervoor dat we onze huizen niet kunnen verlaten. Iedereen die toch de deur weet uit te glippen, wordt gevangengenomen en ondervraagd. Het is net alsof we in een soort verzegelde kist leven.’ Een andere inwoner, Sheikh Khatab al-Amir, bevestigt dat: de bewegingsvrijheid van mensen in Ramadi is flink ingeperkt. ‘IS heeft de stad opgedeeld in verschillende segmenten.’ Burgers mogen niet van het ene gebied naar het andere, omdat de militanten bang zijn dat iedereen op dit moment een informant van de Iraakse inlichtingendiensten kan zijn, zegt hij.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.