buitenland

EU: ook Syrische vluchtelingen uit Jordanië en Libanon ophalen

Door Emile Kossen - 04 december 2015

De Europese Unie bespreekt na de deal met Turkije het plan om ook een vast aantal Syrische vluchtelingen die in Jordanië en Libanon verblijven legale toegang te verschaffen tot de EU. Het moet de illegale migratiestroom uit die landen aan banden leggen.

Dat vertellen EU-bronnen aan de Duitse krant Die Welt. Vrijdag zullen Europese functionarissen het plan bespreken en wordt gekeken welke EU-lidstaten mee willen doen.

Legale migranten

De voorzitter van de EU-commissie Buitenlandse Zaken Elmar Brok zegt tegen Die Welt dat Libanon en Jordanië ten eerste financiële steun moeten krijgen zodat ze asielzoekers opvang kunnen blijven bieden. Toch moet de EU volgens hem ook bereid zijn om ‘op gecontroleerde wijze vluchtelingen uit deze landen op te nemen, zodat ze niet worden overbelast.’

Het plan om vluchtelingen in Jordanië en Libanon een legale manier te bieden om naar Europa te komen komt na berichten dat aan eenzelfde constructie wordt gedacht voor asielzoekers in Turkije. De Duitse bondskanselier Angela Merkel zou een select groepje Europese landen bereid hebben gevonden mee te werken aan de herverdeling.

Duidelijker beeld

Door de EU-buitengrenzen beter te bewaken en asielzoekers al in omliggende landen te screenen, moet de migrantenstroom worden afgezwakt. Ook moet het zo duidelijker worden wie Europa precies binnenkomt.

De afgelopen dagen vroegen regeringsleiders uit Jordanië en Libanon meermaals om steun uit Brussel bij de opvang van vluchtelingen. Volgens cijfers van UNHCR heeft Libanon meer dan een miljoen vluchtelingen binnen zien komen, Jordanië 650.000. Omdat de landen grote moeite hebben om alle asielzoekers te registreren liggen de werkelijke aantal nog hoger.

Turkije maakte donderdag bekend 100.000 Syrische vluchtelingen terug te sturen naar gebieden in Syrië waar Islamitische Staat is verslagen. Het moet aantonen dat de Turken serieus werk maken van het asielakkoord met de EU.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.