buitenland

Genoeg aandacht, maar geen blinde adoratie voor Chinese president

Door Fred Sengers - 10 december 2015

Mao Zedong, de verre voorganger van Xi Jinping, ontwikkelde zich tot een alleenheerser die geen tegenspraak duldde. Met alle gevolgen van dien. Maar ook in de verdeling van politieke macht is veel veranderd in China.

Het Volksdagblad is het officiële orgaan van de communistische partij van China. De 80 miljoen partijleden worden geacht de krant elke dag te lezen. Iedereen die de agenda van de Chinese politieke top volgt, kan dat beter ook doen, om te zien waar de krant wel en – minstens zo interessant – niet over schrijft.

Wat is volgens de partijkrant momenteel het belangrijkste onderwerp? Als we de editie van vorige week vrijdag mogen geloven is dat Xi Jinping zelf. De naam van de president, partijleider en opperbevelhebber stond maar liefst in elf krantenkoppen op de voorpagina vermeld en in een onderkop bij het twaalfde artikel.

Op pagina twee: een fotoreportage van Xi’s bezoek aan Afrika. Op pagina drie: een opinie-artikel dat Xi heeft geschreven over Chinees-Afrikaanse betrekkingen.

Prominent

Zelfs voor Chinese begrippen was dit uitzonderlijk. Maar het past wel in een patroon. Afgelopen juli turfden onderzoekers van China Media Project in Hongkong hoe vaak het Volksdagblad de naam Xi Jinping in zijn kolommen heeft afgedrukt. Ze kwamen in de eerste achttien maanden van Xi’s partijleiderschap tot 4.725 keer.

Dat is meer dan zijn twee voorgangers samen. Jiang Zemin werd in de eerste anderhalf jaar van zijn partijleiderschap (1989-2002) in totaal 2001 keer genoemd. Voor Hu Jintao (2002-2012) was dat 2.405 maal.

Er is in de contemporaine Chinese geschiedenis maar één man die Xi voor moet laten gaan: Mao Zedong. En dat is precies waarom de Xi-dosis zo opvallend is. Mao stond aan de basis van de communistische partij en de Volksrepubliek. En dat is waarom hij in China nog steeds wordt geëerd.

Maar hij ontwikkelde zich ook tot een alleenheerser die geen tegenspraak duldde en daardoor met rampzalige ideologische campagnes en keiharde zuiveringen miljoenen Chinezen de dood injoeg.

Collectiviteit

Precies om die reden heeft de communistische partij na Mao’s dood het absolute leiderschap ingewisseld voor een collectief leiderschap. Veel van China’s meest zichtbare politieke instituties zijn applausmachines, maar het is een misvatting te denken dat de absolute politieke macht in China aan één man is toevertrouwd.

Allereerst is er het permanente comité van het politbureau, de zeven mannen die het dagelijks bestuur van de communistische partij vormen. Onder hen het staatshoofd, president Xi, en het hoofd van het kabinet, Li Keqiang.

Dan is er het politbureau bestaande uit 25 invloedrijke partijfunctionarissen dat toeziet op beslissingen van het permanente comité. En dan hebben we nog het centrale comité van 205 gedelegeerden van het Volkscongres, waar de politiek inhoudelijke discussie plaatsheeft en waar coalities moeten worden gevormd om aan de macht te komen, beleid te formuleren en om dat beleid vervolgens uitgevoerd te krijgen.

Het is onvergelijkbaar met ons politieke systeem, al was het maar omdat de burger er geen enkele rol in speelt, net zomin als onafhankelijke rechtspraak. Maar het is een systeem van checks and balances dat China in de afgelopen drie decennia een eind heeft gebracht.

Zelfs het partijhandvest waarschuwt ervoor zijn leiders niet op een voetstuk te plaatsen. Volgens artikel 6, hoofdstuk 2 zijn alle vormen van persoonsverheerlijking verboden. De president is dus primus inter pares, de eerste onder zijn gelijken.

Macht

Hoe verhouden deze uitgangspunten zich met de royale aandacht voor de persoon Xi Jinping? Onmiskenbaar heeft Xi zich sinds zijn aantreden ontpopt tot een sterke leider, die de partijorganisatie en het leger onder controle heeft, interne tegenstand elimineert en een krachtige buitenlandse politiek voert. Met nog zeven jaar te gaan, heeft hij de touwtjes strak in handen.

Dat wil echter niet zeggen dat Xi zich ontpopt tot een alleenheerser. Misschien is er een simpelere verklaring waarom de partijpropagandisten Xi naar voren schuiven.
Zijn strijd tegen corruptie, zijn imago van soberheid en niet te vergeten zijn nationalistische agenda maken hem populairder bij het Chinese volk dan zijn voorgangers.

Met communistische grondbeginselen heeft het China van nu weinig meer te maken. Economische groei en verbetering van de welvaart van gewone burgers vormen de belangrijkste legitimatie van de eenpartijstaat. Nu die groei afvlakt, is Xi misschien wel een van de weinige overgebleven troefkaarten van de communistische partij.

De propaganda-afdeling zou wel gek zijn om deze kaart niet te spelen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.