buitenland

Pas na een ramp treedt de Chinese regering daadkrachtig op

Door Fred Sengers - 24 december 2015

Als weer een dodelijke ramp plaatsheeft in China worden wetten en regels opeens streng toegepast, maar de oorzaken van de problemen worden door de regering amper aangepakt. Tot onvrede van de Chinese bevolking.

Afgelopen zondag werd een bedrijventerrein in de Zuid-Chinese stad Shenzhen getroffen door een aardverschuiving. Een plensbui veroorzaakte een enorme modderstroom die alles op zijn pad verwoestte.

Drieëndertig gebouwen, zoals kantoren, fabrieken en slaapvertrekken, verdwenen onder een laag aarde van tien meter dik. In totaal is een gebied ter grootte van vijftig voetbalvelden bedolven. Als ik dit schrijf zijn vier lichamen geborgen. Zesenzeventig mensen zijn vermist.

Stortplaats

Langzamerhand wordt duidelijk hoe deze ramp heeft kunnen gebeuren. Naast het industriegebied is een kom van een heuvel gebruikt als stortplaats voor grond en puin van bouwwerkzaamheden van de snelgroeiende stad Shenzhen.

Verschillende malen is gewaarschuwd voor de instabiliteit van deze stortplaats op een steile helling. Toch bleef de stort doorgaan. Autoriteiten hebben deze week huiszoeking gedaan bij het bedrijf dat de Hong’ao stortplaats exploiteert en de eigenaar is aangehouden voor verhoor.

Koppen rollen

We weten allemaal hoe dit verder gaat. De leiding van de stortplaats zal streng worden gestraft. Ook bij de lokale overheid zullen koppen rollen. Er zal een nationaal onderzoek naar de veiligheid van stortplaatsen worden afgekondigd.

Zo gaat het namelijk altijd in China. Na een ramp treedt de overheid daadkrachtig op. Duizenden reddingswerkers worden naar de rampplek gedirigeerd. De leiders roepen op alles in het werk te stellen om overlevenden te vinden. Een onderzoek wordt ingesteld waarbij de onderste steen boven moet komen. Schuldigen worden gestraft.

Tianjin

Eerder dit jaar schreef ik over de ramp in de haven van Tianjin. Op 12 augustus lieten daar 173 personen het leven na twee zeer krachtige explosies. In een opslagplaats waren veel meer gevaarlijke stoffen opgeslagen dan was toegestaan. Mogelijk hebben spuitgasten een beginnende brand verergerd, door het blussen van chemische stoffen die op water reageren.

Vier maanden later is het wachten nog steeds op het resultaat van het onderzoek naar de ramp. Ondanks een nationale inspectie van de chemische industrie, hebben zich alweer diverse dodelijke ongevallen in deze sector voorgedaan.

Dodelijke mix

In China vormen snelle groei, winstbejag, gebrekkige controles en corruptie een dodelijke mix. Op papier kent China strenge regelgeving en draconische straffen. Maar zolang overtredingen pas aan het licht komen als het misgaat, verandert er niets en het is wachten op de volgende klap.

De onvrede hierover bij de Chinese bevolking neemt toe. De burgers hebben het vertrouwen verloren dat de overheid de regels omtrent veiligheid en milieu kan garanderen. Steeds vaker gaan Chinezen de straat op om te demonstreren tegen onveilige en vervuilende bedrijven. Partijtabloid Global Times sprak van een vicieuze cirkel: als protesten in de ene stad succesvol zijn, willen bewoners van andere steden zo’n fabriek ook niet meer.

Kritiek smoren

Brede onvrede in de samenleving is een bedreiging voor de eenpartijstaat. Niet voor niets geeft China meer geld uit aan de binnenlandse veiligheid dan aan defensie. Van oudsher wordt geprobeerd maatschappelijk onbehagen te smoren. De media krijgen instructies hoe verslag te doen en vooral geen eigen onderzoek te verrichten. Censors controleren het internet. Critici worden monddood gemaakt.

Daarmee worden wel de gevolgen, maar niet de oorzaken aangepakt. Bij iedere nieuwe ramp kalft het vertrouwen in de overheid en partij verder af. Net zoals bij de milieuvervuiling, zal in China het denken over industriële veiligheid op alle niveaus van de overheid rigoureus om moeten.

Paradoxaal genoeg zal ze daarbij de hulp van burgers, klokkenluiders en onderzoeksjournalisten goed kunnen gebruiken. Want van bedrijven en lokale overheden is die verandering niet te verwachten.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.