buitenland

Servische Bosniërs strijden voor afsplitsing

Door Peter Blasic - 02 december 2015

Servische Bosniërs hebben een referendum over onafhankelijkheid uitgeschreven. De grote vraag: wat zal Servië doen?

Wie bij het stadje Gracanica de rivier de Spreca oversteekt en de Bosnische binnengrens tussen de Servisch georiënteerde Republika Srpska en de Bosnisch-Kroatische Federatie passeert, betreedt gevoelsmatig een ander land. De kleur van de politie-uniformen verschiet van blauw naar grijs, treinen wisselen van locomotief en de televisie toont andere zenders.

Autonome entiteiten

Serviërs enerzijds, en Kroaten en etnische Bosniërs anderzijds hebben voor alles eigen organisaties. Bosnië heeft een nationaal parlement, en bovendien hebben beide autonome entiteiten elk een eigen regering met eigen ministeries, eigen postdiensten, scholen, universiteiten en elektriciteitscentrales.

Voor de 3,8 miljoen inwoners wegen de lasten van deze bureaucratie zwaar. Voor de Republika Srpska reden om voor 2018 een referendum over onafhankelijkheid uit te schrijven.

Implosie

Al eerder dreigde Bosnië-Herzegovina te imploderen. In 2008 zette de arrestatie van de voormalige Bosnisch-Servische leider Radovan Karadzic de verhoudingen op scherp. Met de aankondiging van het referendum gebeurt dat opnieuw, waarbij waarschijnlijk de Bosnische Kroaten in navolging van de Bosnische Serviërs ook meer autonomie willen.

Maar een Bosnische republiek met alleen Bosniërs is niet levensvatbaar, waardoor het onwaarschijnlijk is dat Sarajevo akkoord gaat met een afscheiding van de Republika Srpska.

Als Sarajevo de mogelijke afsplitsing tracht te verhinderen, is het de vraag of en hoe Servië de Serviërs in Bosnië zal steunen. Is er reden voor pessimisme? De Joegoslavische burgeroorlog heeft al laten zien waartoe etnische ­afscheidingsbewegingen kunnen leiden.

Elsevier nummer 50, 12 december 2015

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.