buitenland

Waarom politici vaak vergelijkingen maken met ’t Romeinse Rijk

Door Jelte Wiersma - 08 december 2015

De val van het Romeinse Rijk heeft grote indruk achtergelaten. Als immers zelfs zo’n machtig rijk kon vallen, welk land, rijk of unie is dan wel veilig? Mark Rutte wierp het op in relatie tot Europa. En hij is niet de enige.

Premier Mark Rutte (VVD) heeft zich sinds zijn aantreden in 2010 niet alleen laten gelden als politicus, ook treedt hij geregeld naar buiten als politiek analist of zelfs commentator. Eind november meldde de premier zich ook nog eens als geschiedkundig duider van de tijden waarin we leven. Hij vergeleek de grootschalige, ongecontroleerde immigratie naar Europa uit Afrika en Azië met de immigratie naar het Romeinse Rijk, waarvan het westelijke deel in 476 na Christus ten onder ging. En noemde de gevolgen: ‘Wat we hebben geleerd van het Romeinse Rijk, is dat rijken ten onder gaan als ze hun grenzen niet bewaken.’

Historicus Rutte haalde met deze uitspraak de voorpagina’s van vele Europese kranten. Zijn vergelijking en de daarin verborgen waarschuwing leidden tot hevige kritieken. Als door een adder gebeten klommen historici in de pen. ‘Het is erg verontrustend dat de Nederlandse premier Mark Rutte, aan de vooravond van het Nederlandse voorzitterschap van de Europese Unie in januari, de huidige crisis analyseert op basis van een foute vergelijking,’ schreef Francis W. Kelsey in de Britse krant Financial Times. Kelsey is hoogleraar Griekse en Romeinse geschiedenis aan de universiteit van Michigan in de Verenigde Staten.

Ofwel, Rutte mag dan historicus zijn, hij snapt er niets van. Rutte is niet de enige politicus die het Romeinse Rijk erbij haalt om te waarschuwen voor de ondergang van Europa, de Verenigde Staten of beide.

Apocalyptisch

Al in 1899 schreef de Britse premier Winston Churchill (1874-1965) in zijn boek De rivieroorlog: ‘Het is dankzij de grote kracht van de wetenschap dat het christendom beschermd is (…) anders zou de beschaving van het moderne Europa wel eens kunnen vallen, net als de Romeinse beschaving.’ Churchill kende de geschiedenis van het Romeinse Rijk vooral via Edward Gibbons beroemde Verval en ondergang van het Romeinse Rijk uit de achttiende eeuw. Dit was de eerste grote studie op basis van oorspronkelijke bronnen naar de val van het rijk.

Gibbons studie bleek niet het einde, maar juist het begin van een nog immer voortdurende discussie over de oorzaken van de Romeinse neergang (zie hieronder ‘Zo ging het echt: stijgbeugel leidde tot ondergang Romeinen’).

Het is in elk geval duidelijk dat het een combinatie van factoren was. Politici gaan daaraan graag voorbij. Zo zei de Republikeinse presidentskandidaat Ben Carson in 2013: ‘Het Romeinse Rijk was heel erg zoals het onze. Ze verloren hun morele basis, een idee over de waarden die hen maakten wie ze waren. Door al die dingen samen gingen ze heel snel ten onder.’

Rutte heeft het over ongecontroleerde immigratie, Churchill over wetenschappelijk superioriteit en Carson over ethiek. Politici maken graag vergelijkingen met het Romeinse Rijk en pikken er het liefst één ontwikkeling uit die de ondergang zou hebben veroorzaakt. Dat dit goed aanslaat, blijkt uit de vele voorpagina’s die Rutte haalde.

Voordelen

Deze wijze van communiceren heeft drie voordelen. Door een vergelijking te trekken met het Romeinse Rijk, plaatst een politicus de eigen beschaving in een illuster rijtje. Het Romeinse Rijk ging dan wel ten onder, dat het technologisch, logistiek, monetair en militair eeuwen leidend was, wordt niet betwijfeld. Het Romeinse Rijk is daardoor bekend bij velen en zij hebben er meestal – al dan niet vagelijk – een positief idee over.

Daarnaast huist in de neergang van het Romeinse Rijk een apocalyptische boodschap: onze beschaving is niet vanzelfsprekend en kan ten onder gaan. Uiteraard kan de daadkrachtig politicus – diegene die het Romeinse Rijk noemt – dat niet laten gebeuren. De fouten die de Romeinse leiders maakten, zal hij of zij natuurlijk niet maken.

Door één element te noemen waardoor het Romeinse Rijk ten onder zou zijn gegaan, is de politicus helder en heeft een krachtig, dreigend instrument in handen. Zo van: het Romeinse Rijk ging ten onder door de chaos door open grenzen – dus moeten wij de grenzen sluiten, anders gaan ook wij ten onder. Dat is de overtuigende les die de geschiedenis ons leert.

Toch? Nee, zegt Adriaan Schout (54), hoofd van het Europese Studies Programma van Clingendael. ‘Aan elke vergelijking waar 2.000 jaar tussen zit, moet je niet meedoen.’

Carlo Trojan (73), oud-secretaris-generaal van de Europese Commissie, noemt Ruttes uitspraak een vergelijking van niets. ‘Het is politieke retoriek. Er zijn nu andere omstandigheden en de EU is een rechtsgemeenschap, het Romeinse Rijk niet. Het is voor het eerst dat ik zo’n vergelijking hoor. Ik denk dat de premier wil aangeven: we zitten in een moeilijke periode. Meer is het niet.’ De Amerikaans-Britse politiek filosoof Larry Siedentop (79) van de universiteit van Oxford zegt: ‘Het is een te grote simplificatie.’

Dreigmiddel

Schout heeft wel een vermoeden waarom Rutte de vergelijking toch maakte. ‘Migratie­scepsis is een groot nationaal probleem. Nederland is vanaf 1 januari voorzitter van de EU en wij kunnen onze belangen niet wegcijferen en dat doet Rutte ook niet. Dat is vrij uniek. Nederland deed het EU-voorzitterschap natuurlijk het liefst low profile. In plaats van op compromissen aan te sturen, dreigt Rutte Oost- en Zuid-Europa nu met het Romeinse Rijk-scenario.’Het lot van het Romeinse Rijk wordt ingezet als politiek dreigmiddel.

De vergelijkingen mogen dan mank gaan, ze blijven kennelijk aansprekend. Niet alleen in apocalyptische zin. Burgemeester Boris Johnson van Londen schreef in de jaren negentig een goed verkocht boek met als hoofdvraag: waarom lukte het de Romeinen wel een rijk te bouwen en lukt het de Europese Unie niet?

In mei onthulden kozakkenstrijders bij Sint-Petersburg nog een bronzen beeld van de Russische president Vladimir Poetin als Romeinse keizer. Poetin is altijd tegen zulk eerbetoon. Dat hoort pas als iemand dood is, vindt hij. Mogelijk speelt nog iets anders: decadentie wordt als een van de oorzaken van de Romeinse ondergang genoemd. Poetin verwijt het Westen ook altijd decadent te zijn. De Romeinen indachtig wil hij wegblijven van het ‘decadente’ Westen om zo de ondergang van het Russische Rijk te voorkomen. Dan maar geen beeld.

Zo pikt iedere leider er zijn Romeinse lessen uit. Is het niet om de eigen zaak kracht bij te zetten, dan wel om boeken mee te verkopen of de leider, tegen zijn zin, te eren. Het trekt immers altijd aandacht, of het nu klopt of niet. Daarin slaagde ook Rutte.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.