buitenland

Bloedbad Damascus bemoeilijkt VN-vredesoverleg verder

Door Emile Kossen - 31 januari 2016

De VN-gesprekken die moeten leiden tot vrede in Syrië zijn niet bepaald goed gestart. Hoewel de Syrische oppositiegroep (HNC) uiteindelijk toch naar Genève is afgereisd, weigert het te praten tot het geweld in Syrië stopt. Ondertussen vielen zondag zeker 76 doden in Damascus bij nieuwe aanslagen van IS.

Vrijdag zat de Speciale Gazant van de Verenigde Naties voor Syrië, Staffan de Mistura, alleen met de Syrische regeringsdelegatie om de tafel. De andere uitgenodigde partijen wilden niet komen, terwijl de Turkse Koerden niet mochten aanschuiven.

Misdaden

HNC, een groep oppositiepartijen gesteund door Saudi-Arabië, liet zich vrijdagavond toch overhalen om naar Genève te komen. Maar eenmaal daar maakte het bekend alleen te willen overleggen met de VN-gazant. Voor er kan worden onderhandeld met het regime van Bashar al-Assad, wil het HNC dat er een einde komt aan geweld tegen burgers in Syrië.

Assad bereikte – met militaire hulp van Rusland en Iran – de laatste maanden veel vooruitgang, ook ten koste van de gematigde oppositie. ‘Ze vermoorden onze kinderen, onze bevolking. De VN-veiligheidsraad moet druk zetten op Rusland om met hun misdaden in Syrië te stoppen,’ aldus een woordvoerder van HNC tegen persbureau AP.

Aanslag

Juist op zondag vielen opnieuw meer dan zeventig doden, na drie bomaanslagen in de Syrische hoofdstad Damascus. Ze werden opgeëist door Islamitische Staat (IS).

Het Syrische ministerie van Binnenlandse Zaken meldt dat het gaat om ‘terreur van de oppositie’. Volgens de Syrische VN-ambassadeur Bashar Jaafari is het volstrekt onduidelijk wie de oppositie eigenlijk vertegenwoordigt.

Vooralsnog wil dus geen van de strijdende partijen met elkaar praten. Diplomaten beschreven de gesprekken vrijdag al als ‘een complete mislukking’, maar de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry houdt hoop: volgens hem moet het mogelijk zijn tot een staakt-het-vuren te komen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.