buitenland

Egypte: vijf jaar na revolutie is vooruitgang ver te zoeken

Door Lilit Martirosova - 25 januari 2016

In Egypte is het maandag vijf jaar geleden dat de Arabische revolutie uitbrak. De Egyptische president Abdul Fatah al-Sisi heeft de bevolking verboden de straat op te gaan en dat doet hij niet zomaar: een opstand onder de ontevreden Egyptenaren kan zo opnieuw uitbreken.

Egypte is, vergeleken met de rest van de regio waar de Arabische Lente diepe sporen heeft achtergelaten, nog redelijk stabiel gebleven, zegt Paul Aarts, Midden-Oostendeskundige aan de Universiteit van Amsterdam.

Of de huidige situatie in het land de bloedige revolutie waard was? ‘Egypte is met al-Sisi eigenlijk weer terug bij af. De situatie in het land is misschien nog wel slechter dan onder leiding van voormalig president Hosni Mubarak,’ meent Aarts.

De ijzeren greep van de president, de constante dreiging van aanslagen door islamitische terreurgroepen en de grote afname van het aantal toeristen zijn problemen waar Egypte dagelijks mee te kampen heeft.

De revolutie

De Arabische Revolutie van 2011 was gericht tegen de toenmalige Egyptische regering en het regime van president Hosni Mubarak. Op 25 januari vingen op grote schaal protesten aan. Uiteindelijk trad Mubarak af op 11 februari na aanhoudend protest op onder meer het Tahrirplein.

Mubarak was dertig jaar aan de macht in Egypte. Geweld van de regering, werkloosheid, corruptie en beperkte vrijheid van meningsuiting waren voor de Egyptenaren de voornaamste redenen om de straat op te gaan.

Volgens Aarts is er veel veranderd sindsdien, maar niet op de manier die Egyptenaren voor ogen hadden. ‘De bevolking heeft zwaar onderschat wat de kracht van de oude orde inhield en de moeilijkheden die voorbij komen als je die oude orde omver werpt.’ Aarts kan wel een positief gevolg noemen van de revolutie: ‘Het is meer een psychologische revolutie geweest dan een politieke, de Egyptenaren zijn ervan bewust geworden dat verandering een mogelijkheid is.’

 

 

Na het aftreden van Mubarak kwam Mohamed Morsi in 2012 als eerste democratisch gekozen president aan de macht. Toen hij zichzelf als president via een nieuwe wet onbeperkte macht toekende, gingen de Egyptenaren opnieuw massaal de straat op.

Dit leidde in juli 2013 tot een staatsgreep en Morsi werd onder leiding van legerleider al-Sisi afgezet. Die won in 2014 de presidentsverkiezingen en beloofde dat Egypte in rustiger vaarwater zou komen. De Moslimbroederschap bestempelde hij als ‘terroristische organisatie’.

Opsluiting

Sinds het aantreden van al-Sisi is er nog maar weinig openbaar protest, maar dat lijkt niet te komen door tevredenheid van de bevolking. Al-Sisi wordt ervan beschuldigd onder het mom van het bewaren van de ‘nationale veiligheid’ onschuldige journalisten en tegenstanders op te sluiten. Begin december werd melding gemaakt van 23 journalisten die vast zitten, een record voor het land.

Ook de toeristische sector heeft een dieptepunt bereikt. Het ging al niet goed met het toerisme, maar sinds het neerstorten van het Russische passagiersvliegtuig in de Sinaï-woestijn, blijven nu ook de Russen weg.

Slecht voor de economie, want minstens tien procent van de banen in Egypte ligt in de toeristenbranche. ‘Het maakt niet uit de waar de aanslag is, toeristen ontwijken het liefst het hele gebied. Er is een lange periode van rust nodig voordat de toeristen weer terug keren naar Egypte,’ verklaart Aarts.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.