buitenland

‘Ik wil geld verdienen én de wereld verbeteren’

Door Gerlof Leistra - 26 januari 2016

De Amerikaanse advocaat Kimberley Motley (40) is de ‘112’ van Kabul. Zonder hoofddoek krijgt ze er het onmogelijke voor elkaar.
Ze spreekt op internationale conferenties en onlangs toonde documentairefestival IDFA een film over haar.

Een granaat in haar kantoor in Kabul, een bloedige aanslag op het hotel waar ze net was ingecheckt, nota bene omdat ze dacht daar veilig te zijn, doodsbedreigingen, corrupte agenten en rechters, bureaucratie: niets weerhoudt de Amerikaanse Kimberley Motley ervan om als enige buitenlandse advocaat in Afghanistan haar werk te doen, ver weg van haar man en drie kinderen in Charlotte, North Carolina.

Geen angst

Ze is nuchter. ‘Natuurlijk zijn de  omstandigheden zwaar, maar in de boksring moet je niet klagen als je klappen krijgt. Angst zet ik om in woede.’

Het onmogelijke krijgt zij voor elkaar. Zo stond Motley een Afghaanse vrouw bij die op haar negentiende was verkracht door de 38-jarige man van haar nicht. Ze kreeg twee jaar voor overspel en in hoger beroep zelfs twaalf jaar, omdat ze weigerde met de man te trouwen. In de gevangenis beviel ze van een dochter.

Motley hoorde van de zaak en stapte naar het Hooggerechtshof. De straf werd verminderd tot drie jaar. Met een petitie deed Motley een beroep op toenmalig president Hamid Karzai en wist de vrouw op 13 december 2011 vrij te krijgen. Het was de eerste keer in de Afghaanse rechtsgeschiedenis dat de president een straf voor een ‘moreel misdrijf’ introk en gratie verleende.

Uiteindelijk is de vrouw toch getrouwd met haar verkrachter. Een alleenstaande moeder heeft in Afghanistan geen leven. Toch is het niet allemaal voor niets geweest: Motley krijgt sinds haar overwinning wekelijks telefoontjes van vrouwen in vergelijkbare situaties die haar hulp inroepen.

Reportage

Kimberley Motley – ranke gestalte, lang zwart haar, expressief gezicht – bezocht Amsterdam eind vorig jaar omdat de Deense documentaire over haar, Motley’s Law, te zien was op het International Documentary Filmfestival Amsterdam (IDFA). De indringende reportage volgt Motley op de voet. Ze komt op voor de zesjarige Naghma die in een vluchtelingenkamp is uitgehuwelijkt aan een 21-jarige buurjongen omdat haar vader een schuld van 2.500 dollar aan diens vader niet kan voldoen. Het vonnis is voltrokken door een jirga, een vergadering van dorpsoudsten. Motley brengt het geld bij elkaar en vraagt om een tweede jirga, waarbij zij met instemming van alle betrokkenen als voorzitter optreedt.

Als enige vrouw te midden van traditioneel geklede Afghanen weet Motley het besluit terug te draaien. De schuld wordt voldaan en alle mannen beloven dat hun dochters zelf hun huwelijkspartner kunnen uitkiezen en naar school mogen.

In een andere zaak staat Motley een blanke Zuid-Afrikaan bij die wegens drugshandel zestien jaar kreeg en al zes jaar vastzit in de gevreesde Policharki-gevangenis buiten Kabul. Motley ontdekt een procedurefout en houdt ondanks alle tegenwerking net zo lang vol tot haar cliënt wordt vrijgelaten.

Ze lijkt de Afghaanse wet vaak beter te kennen dan de rechters zelf en doet zo nodig een beroep op de Koran. Motley spreekt geen Pashtun, maar heeft een Koranvertaling bij de hand op haar iPad en maakt gebruik van tolken. Onbevreesd betreedt ze de overbevolkte gevangenis. Nergens een bewaarder te bekennen. Zonder bodyguards rijdt ze even later door Kabul. Een gepantserde auto vindt ze niet nodig.

Achterstandsbuurt

Haar onverschrokken houding verklaart Motley uit haar jeugd. Ze groeide op in een achterstandsbuurt in Milwaukee, een van de gevaarlijkste steden van Amerika. ‘Een harde omgeving vol drugs, misdaad en armoede. Veel buurtbewoners zaten in de bak. Wij waren het enige gezin met twee ouders en vielen ook op door de Koreaanse afkomst van mijn moeder. Voor mij is Afghanistan één grote achterstandswijk. I know how to survive.’

Motley’s grootouders vluchtten in de jaren vijftig met haar moeder – een baby nog – uit Noord-Korea naar Seoul in Zuid-Korea. ‘Mijn moeder zou worden uitgehuwelijkt, maar werd begin jaren zeventig verliefd op een zwarte Amerikaanse soldaat. Dat viel niet goed bij haar ouders: a racial thing. Mijn moeder heeft er nooit over willen praten. Ik weet zeker dat we nog familie hebben in Noord-Korea en ik zou er als advocaat graag een zaak doen.’

Haar vader raakte bij een ongeval ernstig gewond en werd vanwege zijn handicap ontslagen. Het tien jaar durende juridische gevecht met de verzekeringsmaatschappij verloor hij. Hoewel ze als meisje altijd dokter of dj wilde worden, koos Motley voor rechten. Ze studeerde af in 2003 en werd public defender (pro-deoadvocaat). ‘Ik deed driehonderd zaken per jaar en vloog van de ene zittingszaal naar de andere. Daar heb ik het vak van strafpleiter geleerd.’

In 2004 werd ze tevens schoonheidskoningin van de staat Wisconsin. ‘Mijn man had mij voor de grap opgegeven. Ik gebruikte mijn status om het spijbelgedrag van jongeren aan te kaarten. Gebrek aan onderwijs leidt tot criminaliteit. Bij de Miss America-verkiezing viel ik buiten de prijzen. Ach, het is niet mijn wereld.’ Proestend: ‘Ik won wel bijna de Congeniality Award, de prijs voor de aardigste deelnemer.’

Afghanistan

Na vijf jaar buffelen in Milwaukee reageerde Motley op een advertentie van het ministerie van Buitenlandse Zaken voor een juridisch adviseur in Afghanistan. ‘Voor 2008 was ik nog nooit in het buitenland geweest, ik had niet eens een paspoort. Ik ging voor het geld: die baan leverde me twee keer mijn jaarsalaris op. Het was mijn taak trainingen te geven aan Afghaanse advocaten.’

Het project was een farce. ‘Veel medewerkers gedroegen zich racistisch en roddelden over de Afghanen. Ze bleven op hun kantoor en schreven alleen maar rapporten. Ik reisde rond en wilde mensen ontmoeten.’

Gevangenisbezoeken openden haar de ogen. ‘Ik zag veel buitenlanders, uit Amerika, Australië, Engeland en Zuid-Afrika. Die zaten voor drugs, moord en wapenhandel jarenlange straffen uit, tot zelfs twintig jaar. De ambassades staken geen poot voor ze uit. Niemand had een advocaat, of die verdwenen gewoon met het geld zonder iets te doen. Ik had ook een Nederlandse cliënt, maar daarover wil ik vanwege de privacy niets zeggen.’

Na een jaar nam Motley ontslag en opende ze haar eigen advocatenkantoor in Kabul. ‘Ik ben nog altijd de enige buitenlandse advocaat die daar mag procederen. Hoeveel gevangenen ik vrij heb gekregen? Tussen de 35 en 50, schat ik.’ Even later: ‘To be honest: veel meer dan 50. Ik kreeg ze allemaal out and out: uit de gevangenis en het land uit.’

Het Afghaanse rechtssysteem is corrupt. Rechters vragen smeergeld en zeggen dat ze anders niets kunnen doen. Getuigen komen niet opdagen, zaken worden afgedaan zonder verdediging, zonder tolk en soms zelfs zonder dat de verdachte aanwezig is. Bewijsstukken ontbreken vaak. Motley betaalt uit principe geen smeergeld en neemt geen blad voor de mond. Vanwege die kritische houding hing haar een gevangenisstraf boven het hoofd, maar ze laat zich niet intimideren.

Hoewel ze haar medewerkers zorgvuldig kiest, gaat het weleens mis. Boven haar kantoor bevindt zich haar appartement. Dat is voorzien van een stalen deur met cijfercombinatie. ‘Ik moest het vliegtuig naar de Verenigde Staten halen en ontdekte vlak voor vertrek dat ik mijn iPad was vergeten. De deur had ik opengelaten voor de schoonmakers. Toen ik onverwacht terugkwam, was mijn tolk binnen op zoek naar alcohol. Ik gaf hem een tweede kans, maar het ging opnieuw mis en ik ontsloeg hem op staande voet. Hij weigerde mijn kantoor te verlaten. Toen heb ik een tribal dude gebeld. Die heeft hem samen met een andere stevige jongen op straat gezet.’

Hoofddoek

Motley weigert de in Afghanistan voor vrouwen verplichte hoofddoek te dragen. ‘Mannen luisteren beter als ik geen hoofddoek draag. Dan word ik als man behandeld. Ik probeer er zo lelijk mogelijk uit te zien en draag om die reden in Afghanistan geen make-up.’

Ze werkt alleen. De langstzittende sta­giair hield het zeven dagen vol, inclusief weekeinde.

‘Ze willen zware zaken doen, maar in de gevangenis zijn ze doodsbang. Ze geloven niet dat ik daar zonder bodyguards heen ga, en breken bij een bezoek. Er zijn geen bewakers. Ik laat mijn angst niet zien. Je moet alert zijn. De gedetineerden respecteren mij en vragen om advies. Mocht er iets gebeuren, dan hoef ik geen vinger uit te steken en zouden de anderen mij meteen helpen.’

Al-Qa’ida

In de gevangenis zitten leden van de rivaliserende Taliban en Al-Qa’ida door elkaar. ‘Die kunnen goed door één deur. Hun vijand is het personeel. Buiten de poort staan ze elkaar naar het leven.’

Hoe zou ze haar aanpak omschrijven? ‘Ik ben een strateeg, en resultaatgericht. Als het even kan, ga ik naar de plaats delict. Ik moet het zien. Voor ambassades en bedrijven werk ik tegen betaling. Ongeveer 30 procent van de zaken doe ik pro bono, die neem ik aan als ik ze interessant vind. Dat zijn vaak zaken waarin mensenrechten in het geding zijn.’

Naast haar drukke advocatenpraktijk geeft Motley juridisch advies en publiceert rapporten over buitenlandse rechtssystemen. ‘Ik ben nieuwsgierig en vind het leuk om te leren over al die verschillende systemen.’

In opdracht van hulporganisatie Terre des Hommes schreef ze in 2010 een rapport over de behandeling van minderjarige verdachten in Afghanistan. Ze sprak met 250 gedetineerde jongeren en 98 professionals. Twee van de drie jongeren worden gemarteld en leggen onder dwang een bekentenis af. Sommigen tekenen een blanco papier waarop later een bekentenis wordt ingevuld.

Sommige misstanden blijven bewust onder de pet. Een Afghaanse generaal bracht kinderen de gevangenis in die daar werden verkracht. Jongens tussen de acht en twaalf jaar. ‘Dat is in Afghanistan cultureel geaccepteerd. Daarvan mocht niets worden gezegd, ook niet als het op een Amerikaanse basis gebeurde. Twee Amerikaanse soldaten die hun mond toch opendeden, werden voor straf overgeplaatst. Eén van hen is in opdracht van de generaal in 2012 door een minderjarige doodgeschoten.’

Motivatie

Tot vorig jaar zat Motley negen maanden per jaar in Afghanistan. Inmiddels heeft ze cliënten over de hele wereld en is zes maanden het maximaal haalbare. De ochtend na dit gesprek vliegt ze naar huis, blijft daar nog geen week en vliegt dan via Guatemala en Dubai – ‘daar heb ik ook cliënten’ – weer naar Afghanistan.

Haar motivatie? ‘Ik wil geld verdienen en de wereld verbeteren. Die twee gaan goed samen. Het is onze taak een bijdrage te leveren aan een global human rights economy. Bedrijven zouden veel meer kunnen doen. Investeer in lokale mensen. Dat is goed voor beide partijen.’

Via Skype heeft ze elke dag contact met thuis. Haar man Claude doet de financiën van het kantoor en zorgt voor de kinderen: Dieva (19), Seoel (14) en Cherish (9). Ze maken zich zorgen over haar veiligheid.

In juni 2014 bracht Claude na een reünie in Milwaukee een vriend thuis en zette zijn huurauto even stil om Kimberley een sms’je te sturen. Een vijftienjarige jongen die de auto probeerde te roven, schoot hem in de kaak. Claude wist hevig bloedend het ziekenhuis te bereiken. In Motley’s Law zien we hoe hij na de operatie met zijn vrouw skypet. Ze schudt haar hoofd: ‘Het geweld in Milwaukee is erger dan in Afghanistan!’

Door haar unieke positie geldt Kimberley Motley als de ‘112 van Kabul’: westerse diplomaten en ondernemers hebben haar nummer onder de sneltoets. Haar werk trekt internationaal de aandacht. In oktober 2014 sprak ze in Rio de Janeiro op tech-conferentie TEDGlobal: How can we all find ways to be courageous.

Op verzoek van een uitgever werkt ze tussen de bedrijven door aan een boek. ‘Ik heb nu 150 pagina’s. Mijn boodschap zijn mijn zaken. Wie wil mijn biografie nou lezen?’ Grinnikend: ‘Van beauty queen tot topadvocaat’.

Heeft ze politieke ambities? ‘Nee, ik wil mijn mening kunnen geven. Kanye West in het Witte Huis? Idioot! Ik hou van zijn muziek, maar zou meteen het land verlaten als hij tot president werd gekozen. Hetzelfde geldt voor Donald Trump.’

Over de toekomst is Motley optimistisch. ‘Mijn jongste kind is opgegroeid met een zwarte president en straks zit er wellicht een vrouw in het Witte Huis. Toen mijn man en ik onze kinderen wilden voorlichten over homorechten, zeiden ze: waarom vertellen jullie dat? Dat weten we toch al lang!’

‘Met mijn werk plant ik de zaadjes voor de volgende generatie. Ik ben ook optimistisch over Afghanistan, zeker als je weet hoe het land er in 2008 voor stond. Het is nog niet perfect, maar er is verbetering. Er gaan meer kinderen naar school, er zijn meer advocaten,

het is bijzonder dat ik hier kan doen wat ik doe. In september was er zelfs de eerste democratische machtswisseling. Ik hoop dat president Ashraf Ghani veranderingen doorvoert, vooral in de rechtspraak.’

Ze is bevriend met de schrijver van de tv-serie Homeland. Er wordt gewerkt aan een serie over haar. Voor de hoofdrol is Thandie Newton benaderd, tegenspeelster van Tom Cruise in Mission Impossible II. Acteerambities heeft Motley niet. ‘Laat mij maar gewoon advocaatje spelen,’ zegt ze terwijl ze in een oer-Hollands restaurant tevreden nipt van haar glaasje advocaat.                                           ←

Met medewerking van Rutger Leistra. Dit artikel verscheen eerder in Elsevier Juist.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.