buitenland

‘Internationale toptennissers betaald om opzettelijk te verliezen’

Door Thomas Borst - 18 januari 2016

In de top van de internationale tenniswereld hebben verschillende spelers zich schuldig gemaakt aan matchfixing. De tennissers zouden zijn betaald door gokbedrijven in Rusland en Italië om opzettelijk te verliezen.

Dat blijkt uit geheime documenten die in handen zijn van BBC en Buzzfeed. De gokbedrijven zouden de tennissers voor duizenden euro’s hebben omgekocht. Drie van de wedstrijden waarbij dat is gebeurd, zouden op Wimbledon zijn gespeeld.

Onderzoekers

Grote tennissers zijn gezwicht voor het geld, want onder de omgekochte spelers zitten winnaars van grand slams. De afgelopen tien jaar zijn er zestien spelers uit de top vijftig gemeld bij de integriteitsafdeling TIU van het internationale tennis, omdat ze ervan werden verdacht opzettelijk te verliezen.

Er worden geen namen genoemd door Buzzfeed en BBC. Wel onthullen ze dat acht spelers uit de documenten hebben deelgenomen aan het toernooi om de Australian Open. De verdachte spelers mochten, ondanks de melding bij de TIU, door blijven tennissen.

Tennisbond ATP had de integriteitsafdeling gevraagd om de matchfixing te onderzoeken. Hier werd echter niets meegedaan. De jaren daarna kwamen er opnieuw meldingen van dezelfde spelers binnen, maar werd er weer geen onderzoek verricht.

Reacties

ATP-voorzitter Chris Kermode weerspreekt dat er informatie is achtergehouden of dat er onvoldoende is gereageerd. ‘Ik verwerp elke suggestie dat we bewijs hebben achtergehouden of zaken niet goed hebben onderzocht,’ zegt Kermode in een reactie op een persconferentie in Melbourne. Hij geeft wel toe dat er sprake is van matchfixing, maar dat is op een ‘ongelofelijk kleine schaal’.

De Nederlandse tennisser Robin Haase zegt niet onder de indruk te zijn van de beschuldigingen. ‘Met de verdachtmakingen kan ik nog weinig. Er zijn helemaal geen bewijzen. Ik kan ook zeggen dat ik met koningin Máxima heb gedatet. Iedereen kan dingen roepen.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.