buitenland

IS staat centraal, maar is gevaar Al-Nusra niet groter?

Door Tom Reijner - 26 januari 2016

Is de strijd tegen terreur niet te veel gefocust op Islamitische Staat (IS), en is Jabhat al-Nusra niet een even groot gevaar, misschien zelfs wel bedreigender? Ja, vinden onderzoekers van bijvoorbeeld het American Enterprise Institute. ‘Al-Nusra staat klaar om de plek van IS in te nemen.’

Na de bloedige aanslagen in Parijs zijn westerse leiders er nog meer van doordrongen: Islamitische Staat (IS) moet hoe dan ook worden vernietigd.

De luchtacties werden opgevoerd, en intussen wordt er door de Amerikaanse regering hardop gesproken over de mogelijke inzet van boots on the ground tegen de terreurbeweging met het zelfverklaarde kalifaat in Syrië en Irak.

Belangrijke rol

Vanwege deze acute dreiging zijn alle ogen gericht (op de bestrijding) van de terreurgroep van Abu Bakr al-Baghdadi. Maar hoe zit het met die andere prominente radicaalislamitische groep in de regio, Jabhat al-Nusra? Deze gewapende beweging is gelinkt aan Al-Qa’ida, die sinds 2012 actief is in de Syrische burgeroorlog.

Volgens een onlangs gepubliceerd rapport van the Institute for the Study of War en het American Enterprise Institute, is de strategie van de door Amerika geleide coalitie te veel gefocust op de strijd tegen IS. Op lange termijn is Jabhat al-Nusra namelijk ‘een groter gevaar voor de veiligheid’ van de Verenigde Staten en Europa, denken de onderzoekers van de denktanks.

In de startblokken

Beide groepen vormen een even ‘existentiële dreiging’, maar er wordt op dit moment te weinig nagedacht over een strategie om ook Al-Nusra aan te pakken – een flinke beschuldiging aan het adres van Washington. Als IS dan – volgens de strategie die in Washington is bedacht – is verslagen, staat de Al-Qa’ida-afsplitsing in de startblokken om de plek van IS in te nemen. ‘Dat is iets wat het internationale bondgenootschap op dit moment te weinig beseft.’

Al-Nusra heeft weliswaar nog geen aanvallen uitgevoerd op doelen in Europa en de Verenigde Staten, maar die potentie heeft het wel degelijk, zegt een van de onderzoekers, Frederick Kagan. Deze professor is de architect van het ‘surge’-plan voor Irak uit 2007 – het sturen van meer Amerikaanse troepen, om in samenwerking met lokale stammen, voor stabiliteit in het land te zorgen. Volgens Kagan is Al-Nusra in staat om ‘de wereldwijde economie hard te treffen’ en de westerse normen en waarden in het hart te raken.

Ronselen

Bovendien slaagt deze radicaalislamitische groep er net als IS heel goed in om moslims te ronselen voor de jihad. Syrië is een ware magneet voor radicale moslims buiten het land: ruim 35.000 buitenlandse strijders uit 100 landen zijn afgereisd. Al-Nusra staat, wat betreft het aantrekken van deze strijders, op de tweede plaats na IS, schrijft CNN.

Maar het is een lastige opgave om Al-Nusra uit te schakelen. De leden ervan maken optimaal gebruik van de chaos in Syrië, en mengen zich dan ook onder de Syrische bevolking en de Syrische oppositie, die volgens de Amerikanen voor een deel uit ‘gematigde’ krachten bestaat.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.