buitenland

Koenders: na aanslagen Parijs moet informatie-uitwisseling beter

Door Elif Isitman - 11 januari 2016

Voorafgaand aan de aanslagen in Parijs in november misten veiligheidsdiensten een aantal cruciale signalen. Daarom moet er in de strijd tegen terreur meer informatie over mogelijke terroristen worden gedeeld.

Daartoe roept minister van Buitenlandse Zaken Bert Koenders (PvdA) maandag op tijdens de antiterreurtop in Den Haag. Onder deze ‘informatie’ vallen onder meer lijsten van mogelijke jihadisten en hun bankgegevens, meldt persbureau Reuters.

Virus

‘Het hedendaagse terrorisme is als een virus, het past zich aan om te kunnen overleven en wordt steeds veerkrachtiger,’ zei Koenders. Nederland, dat momenteel het EU-voorzitterschap bekleedt, heeft alle leden van de Global Counterterrorism Forum (GCTF) een voorstel toegestuurd over het uitbreiding van de communicatie tussen landen. Onder de aanwezigen zijn verschillende Europese lidstaten, Europol, Interpol, Turkije en Marokko.

Hiermee moeten onder meer de databases van de politieorganisaties Europol en Interpol vaker worden geraadpleegd en uitgebreid. De aanslagen in Parijs zouden mogelijk kunnen zijn voorkomen, als er beter gebruik was gemaakt van de mogelijkheden om informatie te delen.

Niet alle landen maken gebruik van data en informatie in de databases van Europol en Interpol. Ook stellen veel landen zelf geen data beschikbaar.

Waarschuwing

Verschillende autoriteiten hadden voor de aanslagen in Parijs al een aantal van de terroristen op het netvlies. Zo werd de zelfmoordterrorist Brahim Abdeslam, de broer van de nog altijd voortvluchtige Salah, al eerder gearresteerd in Turkije en een aantal maanden voor de aanslagen uitgeleverd aan België.

Bij de uitlevering gaven de Turkse autoriteiten de expliciete waarschuwing dat Abdeslam geradicaliseerd was en dat er vermoedens bestonden dat hij zich wilde aansluiten bij terreurbeweging Islamitische Staat (IS). Abdeslam blies zichzelf uiteindelijk op met behulp van een bomgordel bij Boulevard Voltaire in Parijs.

‘We moeten onderling vertrouwen hebben zodat we effectief informatie kunnen uitwisselen, niet alleen over algemene kennis, maar ook over precieze namen, reisgegevens en creditcardgegevens,’ zei Koenders. Hij noemt verdachten waarvan de geldstromen in een land zijn bevroren, maar die in andere landen moeiteloos hun pinpassen of creditcards kunnen gebruiken. Zo moeten bijvoorbeeld nationale terreurlijsten beter gedeeld worden. Ook misbruiken ze onze open grenzen, aldus de Koenders. Ze ‘vergiftigen’ op die manier ook het debat over migratie.

Daarnaast moeten autoriteiten alerter zijn op nieuwe communicatiemethoden. Jihadisten gebruiken niet alleen sociale media om te communiceren, maar ook bijvoorbeeld game consoles als Playstations om met elkaar te chatten.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.