buitenland

Saudi-Arabië: geëxecuteerden kregen ‘eerlijk proces’

Door Emile Kossen - 05 januari 2016

Na internationale kritiek heeft Saudi-Arabië de omstreden executie van 47 mensen verdedigd. In een verklaring aan de Verenigde Naties (VN) bezweert de Golfstaat dat er sprake was van ‘eerlijke en rechtvaardige processen’.

Volgens de Saudische autoriteiten was een groot deel van de geëxecuteerden betrokken bij een reeks aanslagen van terreurgroep Al-Qa’ida. In de verklaring staat dat de verdachten niet zijn veroordeeld op basis van intelligentie, ras of geloof, maar schuldig werden bevonden na eerlijke processen.

De verklaring is een reactie op een golf van kritiek op de executies. Zo uitte onder meer secretaris-generaal van de Verenigde Naties Ban Ki-Moon zijn zorgen, die zei ‘te twijfelen’ aan de eerlijkheid van de processen.

Iran

Onder de 47 veroordeelden bevond zich ook de sjiitische sjeik Nimr Baqr al-Nimr. Saudi-Arabië is overwegend soennitisch, maar kent tevens een sjiitische minderheid die zich achtergesteld voelt.

De executie van al-Nimr, een drijvende kracht achter anti-overheidsprotesten in 2011, veroorzaakte woede bij de sjiitische aartsvijand Iran. De Iraanse Revolutionaire Garde beloofde ‘wrede wraak‘ en demonstranten in het land bestormden zondag onder meer de Saudische ambassade.

In reactie daarop verbrak Saudi-Arabië, samen met onder meer Koeweit, Bahrein en Sudan, de diplomatieke banden met Iran. Maandag werd ook het vliegverkeer naar en de handel met Iran stilgelegd.

‘Simpel’

De oplossing voor de oplopende spanningen is ‘simpel’, zei de Saudische VN-ambassadeur Abdallah Al-Mouallimi op dinsdag. ‘Als Iran stopt zich te bemoeien met binnenlandse zaken in landen zoals de onze, dan kunnen we weer een normale relatie hebben.’

De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken John Kerry sprak de afgelopen dagen met ambtsgenoten in beide landen. Amerika zegt zich vooral zorgen te maken dat de diplomatieke rel in het Midden-Oosten vredesonderhandelingen over Syrië in gevaar brengt.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.