buitenland

De rol van onafhankelijken in de Amerikaanse verkiezingsstrijd

Door Rik Kuethe - 10 februari 2016

Verschillende politici spelen met het idee om als onafhankelijke kandidaat in de turbulente Amerikaanse verkiezingen van 2016 te stappen. De geschiedenis heeft uitgewezen dat zo’n kandidatuur vaak kansloos is, maar wel degelijk invloed kan hebben op de uitslag.

In de huidige verkiezingsstrijd heeft Donald Trump gezegd met de gedachte van een onafhankelijke kandidatuur te spelen, mocht de houding van zijn eigen Republikeinse partij hem niet bevallen.

Ondertussen heeft ook Michael Bloomberg, de vroegere burgemeester van New York en miljardair te kennen gegeven een campagne als onafhankelijke te overwegen. Naar zijn zeggen staan de standpunten van Donald Trump en Hillary Clinton hem in gelijke mate tegen.

Bloomberg speelde al vaker met de gedachte. Door zijn enorme vermogen – zo’n 36,5 miljard dollar – kan hij een campagne zo uit eigen zak betalen.

Niet gemakkelijk

Sinds de invoering van het tweepartijensysteem in 1864 – toen de Republikein Abraham Lincoln president was – is het nog nooit een kandidaat van een derde partij gelukt om het Witte Huis te veroveren. Buitenstaanders hebben wel degelijk schade toegebracht aan de kansen van een van de officiële partijkandidaten.

Zo zou Al Gore in het jaar 2000 ongetwijfeld president zijn geworden als de linkse Ralph Nader zich had terug getrokken. Nader zelf maakte geen schijn van kans op de eindzege, maar in het zwaarbevochten Florida bedroeg het verschil tussen George W. Bush en Al Gore slechts enkele tientallen stemmen. De 96.000 kiezers die voor Nader stemden zouden dat overwegend voor Gore hebben gedaan mocht Nader er de brui aan hebben gegeven.

Roosevelts inbraak

De meest succesvolle inbraak in het tweepartijenstelsel staat op naam van Theodore Roosevelt. Hij was reeds acht jaar een gevierde president geweest en aasde op nog een termijn. Hoewel dat toen nog niet verboden was, vond de top van de Republikeinse partij nog vier jaar Roosevelt niet erg netjes.

Roosevelt verklaarde zich zo sterk te voelen als een buffelstier (Bull Moose) toen hij zich kandideerde voor de Progressive Party. Op 14 october 1912 werd hij tijdens het campagne voeren in Milwaukee neergeschoten.’Teddy’ liet de kogel in zijn borst zitten en vervolgde nog driekwartier zijn toespraak. Dit tot de verbeelding sprekende gedrag, leverde hem meer dan een kwart van de stemmen op: veel, maar niet genoeg voor een nieuwe termijn in het Witte Huis.

Thurmond en Wallace

In 1948 deed de racistische zuidelijke senator Strom Thurmond een onafhankelijke poging met een partij die strikte rassenscheiding voorstond. Zijn kandidatuur vond nauwelijks weerklank. Dertig jaar later probeerde George Wallace, de Democratische gouverneur van Alabama, zich tevergeefs tussen Richard Nixon en Hubert Humphrey te wringen.

In 1992 mengde de Texaanse zakenman zich Ross Perot in de strijd tussen George H.W Bush en Bill Clinton. Het bleek ten detrimente van de eerste, die daardoor reeds na vier jaar zijn boeltje moest pakken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.