buitenland

Frankijk wil helft ‘Jungle van Calais’ met grond gelijkmaken

Door Tom Reijner - 12 februari 2016

De Fransen hebben plannen om het migrantenkamp bij de havenstad Calais, dat inmiddels is verworden tot een soort sloppenwijk, drastisch in te krimpen. Achthonderd tot duizend mensen moeten naar een andere plek verkassen.

De migranten krijgen volgens de lokale autoriteiten van Pas de Calais vanaf maandag een week om te vertrekken, schrijft Le Monde.

Verwarmde containers

Bestuurder van de regio Fabienne Buccio zegt dat ze de intentie heeft om zeker de helft van het kamp met de grond gelijk te maken. ‘We moeten door,’ zegt zij. ‘Niemand mag meer wonen in het zuidelijk gedeelte van het kamp. Iedereen moet dit gedeelte verlaten.’

Tot duizend mensen zijn hiermee gemoeid. Ze krijgen een plek in een provisorisch aangelegd kamp met containers aangeboden. Het gaat hier om verwarmde containers, die zijn op elkaar zijn gestapeld achter hekken, schrijft bijvoorbeeld Het Nieuwsblad.

De vraag is of de migranten zich zomaar laten verwijderen. Velen willen er maar wat graag blijven, om als het even kan de oversteek naar Groot-Brittannië te maken. Daartoe zijn sommigen bereid grote risico’s te nemen, bijvoorbeeld door de Kanaaltunnel massaal te bestormen, te wandelen over het spoor, of mee te liften met vrachtwagens.

Grimmig

Het kost door deze obstakels behoorlijk wat moeite om de overtocht te maken, en daarom wachten de duizenden migranten in de geïmproviseerde kampen. Het migrantenkamp wordt niet voor niets ‘de Jungle’ de genoemd. De sfeer is er vaak grimmig.

Naar schatting blijven er tussen de vierduizend en zesduizend migranten uit Noord-Afrika en het Midden-Oosten in Calais. Elke dag komen er ongeveer honderd bij. Het aantal migranten is de laatste tijd fors gegroeid.

In 2014 deed de Franse politie al een poging om (een substantieel deel van) het kamp op te doeken. In 2009 werd bij Calais ook al een geïmproviseerd migrantenkamp gesloopt. 276 mensen werden gearresteerd, van wie de helft minderjarig.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.