#American Dreamers

Herinneringen aan boord van de Holland-Amerika lijn

Door Emile Kossen - 11 februari 2016

Tijdens de uitslagenavond van Elsevier en American Dreamers sprak buitenlandredacteur Rik Kuethe over zijn eerste reis naar Amerika.

In de zomer van 1962 ging Margaretha von Berg, roepnaam Gloria, in Rotterdam scheep naar Amerika. Haar schip was de “Waterman” van de Holland-Amerika Lijn. Gloria was een Hongaarse van 15 jaar oud. Zij zag er adorabel uit en leek op het vrouwtje uit de ‘Geliefden van Peynet’, een zoetelijke cartoon uit De Telegraaf die dagen.

Gloria reisde met haar ouders, haar vader had een wilde bos grijs haar en wenkbrauwen waar een sprinkhaan  op kon landen. Een ongemakkelijk typ zo te zien, oude adel uit de dubbelmonarchie. De moeder van Gloria had iets geëxalteerds, ze was nog in Boedapest naar de opera geweest en verdronk bijna in haar boa, die zij op elk uur van de dag om had.

In katzwijm

De meeste van de opvarenden waren emigranten zoals de Von Bergs, de bemanning bestond voor een klein deel uit werkstudenten. Ik werkte in de koude keuken en moest dagelijks onder meer vijftig kilo blikken perziken via steile ijzeren trappen uit het ruim naar boven brengen.

Wij werkstudenten vielen en-bloc voor Gloria. Al gauw bestond er stilzwijgende overeenstemming dat niemand van ons zou proberen Gloria voor zichzelf te veroveren. Dat werd moeilijk toen Gloria op een dag in een paars gebreid badpak op het zonnedek verscheen. Twee kievitseitjes als een vermoeden van borstjes. Gloria had haar mandoline meegenomen en tokkelde ons Hongaarse volksdansjes voor. Wij jongens lagen collectief in katzwijm.

Sliertjes

Op zondag diende de bioscoop als kerk. Ik wilde zo’n dienst aan boord wel eens meemaken. Onderaan de trap trof ik Gloria die mij bij de elleboog pakte, terwijl zij uitriep: ‘Ist das nicht wunderbar: Goethe und Gretchen zusammen in der Kirche’.

Vier dagen voor aankomst gebeurde er iets vreselijks. Wij werkstudenten aten aan aparte tafel. We hadden Gloria zover gekregen dat ze als een toverprinses tussen ons in troonde. Opeens stormde haar vader naar onze tafel nam de sinaasappel die voor haar op tafel lag en smeet die in het bord met vermicellisoep van zijn dochter. Met haar hoofd vol sliertjes zag die er niet uit natuurlijk. Zij werd gevankelijk door haar vader meegevoerd. Ik betreur het nog altijd dat we die man toen niet overboord hebben gezet.

Neus

Gloria verdween twee dagen uit het zicht. Maar op de laatste avond, toen ik de zilvergeschubde zee met schetsen van Le Daumier stond te vergelijken, schaarde zij zich geruisloos naast mij, legde haar ellebogen over de reling, en vroeg  stralend: ‘Rik, tell me what do you do with your noses when kissing?’.

In plaats van haar liefderijk te instrueren, dacht ik, ezel die ik vaak ben geweest in zulke situaties, aan mijn eed aan de andere jongens.

De volgende dag zag ik haar geflankeerd door haar ouders de kade in Hoboken oplopen, de mandoline op haar rug. Ik wenste haar in gedachten het beste in dat griezelig grote land.

Ongeveer twee maanden later, toen ik al lang weer  thuis was, ontving ik een envelopje uit Nashville, Tennessee . Daarin zat een  kaartje met een kroontje met de tekst: Margaretha von Berg.  Ze had een haarlok bijgesloten. Dat was alles. Een vriend zei dat ze ook haar neus had kunnen sturen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.