buitenland

Irak wil IS offline halen, maar is dat wel een goed idee?

Door Elif Isitman - 04 februari 2016

De Iraakse regering is een speciaal soort offensief begonnen tegen terreurbeweging Islamitische Staat. Het doel is om de terroristen van het web te verbannen.

Irak onderhandelt met verschillende satellietproviders om het internet te blokkeren in regio’s die in handen zijn van IS, meldt persbureau Reuters. Hiermee wil de Iraakse regering de online propaganda van IS een halt toeroepen.

Onthoofdingsfilmpjes

IS maakt veelvuldig gebruik van het internet, en dan vooral van sociale media, bij het verspreiden van zijn boodschap en het rekruteren van nieuwe leden. Sociale media als Twitter en Telegram (het alternatief voor WhatsApp) doen al langere tijd pogingen om jihadisten van hun platforms te weren. Vooral de welbekende onthoofdingsfilmpjes en ander propagandamateriaal zijn een doorn in het oog van deze bedrijven.

Irak wil nog een stapje verder gaan en de terreurbeweging de toegang tot het web compleet ontnemen. Experts zijn het erover eens: een internetban voor IS zou het risico op aanslagen en het ronselen van nieuwe leden behoorlijk doen afnemen.

Omdat mobiele netwerken haperen in het ‘kalifaat’ in Irak en er ook weinig toegang is tot breedband-infrastructuren, maakt IS daar vooral gebruik van satellietschotels om het internet te gebruiken. Via een zogenoemd V-sat-systeem – kleine satellietschotels met een modem-  kunnen personen illegaal verbinding maken met breedband-internet in gebieden die nog in handen zijn van de regering. In de stad Mosul kost een V-sat-systeem tussen de 2.000 en 3.000 dollar.

Traceren

Volgens een woordvoerder van de Iraakse regering verlopen de gesprekken met de satellietbedrijven enigszins stroef, al zijn er wel ‘positieve signalen’ dat de bedrijven wellicht bereid zijn om het illegale internetgebruik via V-sat te stoppen. Het proces zou echter complex zijn en vergt tijd.

De grootste satellietbedrijven in het Midden-Oosten zijn het Britse Avanti, het Franse Eutelsat en Yahsat uit de Verenigde Arabische Emiraten. Deze bedrijven verkopen hun capaciteit weer aan kleinere bedrijven en consumenten, en hebben zodoende weinig overzicht over wie gebruik maakt van hun producten. V-sat-systemen zijn wel te traceren, maar geen van de bedrijven zou het vooralsnog aandurven om de locatie van hun gebruikers te registreren.

De regering in Bagdad heeft het verkopen van internetcapaciteit aan IS verboden, maar die regel is moeilijk te hanteren. Daarnaast blijft het de vraag of het blokkeren van het internet in IS-regio’s het probleem niet alleen maar groter maakt, omdat burgers dan ook geen kans meer hebben om te communiceren met de rest van de wereld en de problemen in het ‘kalifaat’ kenbaar te maken.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.