buitenland

Legt Rusland echt de wapens neer? Amerikanen geloven er niet in

Door Elif Isitman - 23 februari 2016

Topadviseurs van de Amerikaanse president Barack Obama geloven niet dat Rusland zich aan een afgesproken staakt-het-vuren in Syrië zal houden. Het bestand moet zaterdag ingaan, maar veel vertrouwen lijkt er onder deelnemende partijen niet te zijn.

De Amerikaanse minister van Defensie Ash Carter en een aantal andere hooggeplaatste officieren willen een ‘back-up-plan’ voor als de Russen zich niet aan de wapenstilstand houden, schrijft The Wall Street Journal. Daarmee zouden ze Moskou onder druk willen zetten.

Gefrustreerd

Een manier is om de hulp aan de Syrische oppositiegroepen, die nu al gesteund worden door Washington, uit te breiden. Een aantal van de groepen dat strijdt tegen het regeringsleger van de Syrische president Bashar al-Assad ontvangt hulp van de Amerikanen. Het leger van Assad krijgt steun van de Russen. De Amerikanen zijn vooral gefrustreerd omdat veel van de Russische luchtaanvallen zich richten op doelstellingen van de rebellen die juist door Washington worden gesteund.

Maandag kondigden de Amerikanen en Russen gezamenlijk aan dat er vanaf zaterdag een wapenstilstand zal gelden in Syrië. De hoop is dat zoveel mogelijk strijdende partijen hieraan deel zullen nemen. Voor terreurbeweging Islamitische Staat (IS) en het al-Nusra Front wordt in elk geval een uitzondering gemaakt: die mogen ten alle tijden en op allerlei manier aangevallen blijven worden.

Afwachten

Naast het uitbreiden van de hulp aan rebellen, zouden de Amerikanen ook overwegen om nieuwe economische sancties in te stellen tegen Rusland in geval van schending van het staakt-het-vuren. Het is daarbij alleen te betwijfelen dat Europese landen daar ook in mee zullen gaan.

De Amerikanen doen nog geen officiële uitspraken over een eventueel Plan B. Eerst moet het effect van de wapenstilstand worden afgewacht. ‘We beoordelen de Russen op hun daden, en niet op hun woorden,’ zo luidt een verklaring van het Witte Huis.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.