buitenland

Ook Bosnië-Herzegovina meldt zich als EU-kandidaat

Door Emile Kossen - 15 februari 2016

In navolging van andere Balkanlanden heeft ook Bosnië-Herzegovina officieel het EU-lidmaatschap aangevraagd. Er zijn nog vele problemen die moeten worden aangekaart voordat het land daadwerkelijk kan toetreden tot de landenunie.

Al sinds 2003 stond Bosnië-Herzegovina op de lijst met ‘potentiële kandidaat-leden voor de EU’, en in 2008 ondertekende het land een associatieverdrag met de Europese Unie. Daarna bleef het een tijdlang stil rondom mogelijke toetreding van het land.

Met de aanvraag, die maandag wordt ingediend, komt daar verandering in. De Bosnische minister van Buitenlandse Zaken Igor Crnadak denkt dat de EU de kandidatuur volgend jaar officieel accepteert. Dan begint een lang onderhandelingsproces, waarbij het land een reeks politieke, economische en juridische hervormingen moet doorvoeren.

Arm

Bosnië is een van de armere landen in Europa, met een werkloosheidspercentage rond de 40 procent. Onder jongeren ligt dat getal nog een stuk hoger. Volgens cijfers van de Wereldbank leeft 17,9 procent van de bevolking in armoede. Bosniërs hopen dat een EU-lidmaatschap voor nieuwe welvaart zorgt, aldus Crdanaka.

Ook spelen er etnische problemen in het land, een gevolg van de Bosnische burgeroorlog in de jaren 90. In het Bosnië-Herzegovina dat daaruit voortkwam wonen Bosniërs, Kroatische Bosniërs en Servische Bosniërs naast elkaar, maar het lijkt alsof het land is opgedeeld in verschillende ministaten. De Servische Bosniërs schreven onlangs een referendum uit voor onafhankelijkheid.

Economische steun

De Europese Commissie heeft aangekondigd de benodigde hervormingen in Bosnië financieel te steunen. De komende drie jaar is er 1,5 miljard euro beschikbaar gemaakt voor investeringen in het Balkanland.

De aanvraag van Bosnië komt nadat veel andere landen in de regio soortgelijke stappen zetten. Turkije, Servië, Montenegro, Macedonië en Albanië staan al in de wachtrij voor het EU-lidmaatschap.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.