Afshin Ellian Afshin Ellian

Waarom Franse oorlog tegen Al-Qa’ida Europese steun verdient

Door Afshin Ellian - 23 januari 2013

Europa versus de jihad in Afrika. Algerije wordt bijna omsingeld door oprukkende Al-Qa’ida-krachten in Afrika: Mali, Libië en andere gebieden.

Voor de eerste keer na 9/11 is Europa geheel zelfstandig betrokken geraakt bij een oorlog. President François Hollande heeft besloten om militair in te grijpen in Mali. De stellingen van de Al-Qa’ida-groepen in Mali worden dag en nacht gebombardeerd door de Franse troepen.

Decreet

Oud-president Nicolas Sarkozy had al een presidentieel decreet uitgevaardigd waarin hij de Franse strijdkrachten en inlichtingendiensten de bevoegdheid gaf om in Afrika operaties uit te voeren bij het bestrijden van Al-Qa’ida-terroristen. Maar dat was nog geen oorlogsverklaring met steun van een Afrikaanse regering.

Nu is het de socialistische president Hollande die in Mali de oprukkende Al-Qa’ida-beweging de oorlog heeft verklaard.

Volkenrechtelijk wordt president Hollande gesteund door twee besluiten: de regering in Mali heeft Frankrijk verzocht om te assisteren bij de strijd tegen Al-Qa’ida en bovendien heeft de VN-Veiligheidsraad zich achter de actie van Frankrijk geschaard. Maar velen begrijpen de betekenis van deze gebeurtenissen niet. Een Europees land, een NAVO-land, is betrokken bij een oorlog buiten het Europese continent, in Afrika. Dat is de belangrijkste component van deze zaak.

Merkwaardig

De NAVO wil overigens niets doen. De organisatie is niet van plan om Frankrijk te helpen. Is dat niet merkwaardig?

Een NAVO-lid voert oorlog tegen het terrorisme in Afrika. Deze oorlog is volkenrechtelijk legaal. En toch zegt de directeur-generaal van NAVO dat zijn organisatie niet betrokken wil worden in deze oorlog.

Wat zou de reden zijn? Niemand wil of kan troepen ter beschikking stellen aan Frankrijk. De NAVO is nog altijd aangewezen op de lidstaten. Dit wordt dus een Franse oorlog. Waarom willen de NAVO-landen niet worden betrokken in de oorlog in Afrika?

Dure aangelegenheid

In Afghanistan hebben de NAVO-landen geleerd dat een oorlog een dure aangelegenheid is. Bovendien gelooft niemand nog dat het Westen in een islamitisch land de oorlog tegen het terrorisme kan winnen.

Afghanistan leerde de NAVO veel over de islam en moslims. De NAVO-landen dachten dat een grote meerderheid van de Afghanen volledig achter de strijd tegen de Taliban stond. Dat was niet het geval. Er is gewoon een burgeroorlog gaande tussen aanhangers van Taliban en burgers die tegen de Taliban zijn.

Daarnaast heeft de NAVO in Afghanistan geleerd dat de oorlog tegen het islamitisch terrorisme heel lang kan duren. Een einddatum voor de oorlog tegen het jihadisme is er niet.

Conventionele manier

Eigenlijk kun je de oorlog tegen het jihadisme niet op een conventionele manier winnen. De oorlog tegen de radicale islam kan slechts worden gewonnen als een meerderheid van moslims meedoet aan de oorlog tegen deze versie van islam.

En toen was het geld op. Een oorlog kost ook geld. De Amerikaanse regering besteedt nu al miljarden dollars in Afghanistan. Het gaat niet alleen om de oorlogvoering; de Amerikanen moeten ook de hele Afghaanse samenleving in stand houden: elektriciteit, watervoorziening, salarissen et cetera.

Elke vorm van bezetting van een land brengt een aantal verplichtingen mee. Zodra het Westen zich in een burgeroorlog mengt, ontstaan internationale en humanitaire verplichtingen. Het gaat hier immers om zeer arme landen. Het ziet er niet goed uit voor de Fransen. Zij moeten het alleen doen. Is dat verstandig?

In de steek laten

Eigenlijk is het niet verstandig dat westerse landen in de strijd tegen het islamitisch terrorisme elkaar in de steek laten. Het verlies van Frankrijk in Mali is eveneens het verlies van Nederland. Het gemeenschappelijke doel, namelijk veiligheid, is hier in het geding.

De vraag is nu of de Franse actie zinvol is. Ik vind van wel. De Fransen kunnen de opmars van de radicale moslims vertragen en daardoor de regering van Mali de kans geven om de orde te herstellen. Bovendien zou de komst van een vredesmacht in opdracht van de Afrikaanse Unie de positie van de staat versterken. Maar daarvoor moeten de jihadisten worden teruggedrongen. En dat is wat Frankrijk nu doet.

Mocht de oorlog tegen het jihadisme in Afrika mislukken, dan moeten de buitengrenzen van Europa steviger worden beveiligd. Daarover hoor ik niemand.

Belemmeren

Te weinig wordt gedacht over het belemmeren van het verspreiden van jihadisme in Europa. Dat heet in goed Nederlands: dweilen met de kraan open.

Het jihadisme aan de grenzen van Europa en in Europa moet een halt worden toegeroepen. Dat is in het belang van alle Europese volkeren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.