Robbert de Witt

Zo blijkt Israël ook een gewoon land, met normale kiezers

Door Robbert de Witt - 24 januari 2013

In de aanloop naar de Israëlische verkiezingen viel de term vaak in Europese kranten: het land zou een ‘ruk naar rechts’ gaan maken. Hier en daar werd gesproken van ‘rechts-extremisme’ in de Israëlische politiek – wat daar precies onder wordt verstaan, is onduidelijk.

Analyse op analyse volgde om duidelijk te maken wat deze verrechtsing zou gaan betekenen voor het vredesproces. Maar Israëlische kiezers zijn soms net mensen, en houden zich bezig met dezelfde kwesties als Europese kiezers.

Arrogantie

Premier Benjamin Netanyahu werd afgestraft voor wat werd gezien als zijn arrogantie. Zijn campagneboodschap behelsde niet veel meer dan: ‘Stem op mij, want ik ben de betrouwbare en sterke leider die het land nodig heeft.’

Hij verloor 11 zetels met deze sleetse plaat, maar zijn partij is met 31 zetels nog wel de grootste. ‘Bibi’ zal links en rechts moeten paaien en deals moeten sluiten met de vele kleine partijen die hij nodig heeft voor een sterke coalitie.

Uitgeknepen

De verrassende winnaar is de populaire talkshow-presentator en thriller-auteur Yair Lapid. Hij won ogenschijnlijk vanuit het niets 19 zetels in de Knesset dankzij zijn belofte van vernieuwing.

Lapid wil dat ook orthodoxe Joden in dienst moeten, dat er minder geld gaat naar de nederzettingen en dat huizen betaalbaar worden voor de hardwerkende burger.

Kortom, dat de middenklasse die het allemaal betaalt in Israël, niet verder wordt uitgeknepen om de privileges van anderen te financieren.

Zo blijkt Israël ook een heel gewoon land te zijn, met normale kiezers en een herkenbaar democratisch proces.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.