Afshin Ellian Afshin Ellian

Waarom Syriërs geen hulp krijgen? Het zijn geen Palestijnen

Door Afshin Ellian - 25 februari 2013

Meer dan zeventigduizend mensen zijn omgekomen in de Syrische oorlog. Niet alleen tegenstanders, maar ook aanhangers van Assad – al dan niet militairen – zijn omgekomen in deze wrede burgeroorlog.

Beide partijen schenden de internationale afspraken van het humanitair oorlogsrecht. Niemand in Syrië is zijn leven zeker.

Maar Syrië is geen Israël. De internationale druk op de Syrische staat en op tegenstanders van Assad is niet echt effectief. Als dat in de Gazastrook zou gebeuren en er kwamen zeventigduizend mensen om, dan zouden tienduizenden demonstranten de Europese straten opgaan.

Nazi-Duitsland

Prominenten zouden voorop lopen. Alle dichters des vaderlands zouden geëmotioneerde gedichten hebben geschreven met verwijzingen naar nazi-Duitsland. Maar Syrië is geen Israël – er zouden al miljoenen dollars zijn opgehaald voor de Palestijnen.

Maar voor Syriërs doet niemand iets. Syriers hebben pech, ze zijn geen Palestijn.

Ook de Israëlische staat zorgt voor een groot verschil. De Israëlische regering en de publieke opinie zijn buitengewoon gevoelig voor internationale druk. Vooral de Israëlische burgers. Ze willen onder geen beding dat hun staat wreedheden begaat.

Syrische gezagdragers denken totaal anders over de humanitaire regels in een gewapend conflict. Jammer voor Syriërs, als ze door de joodse staat waren aangevallen, hadden ze op brede steun en sympathie kunnen rekenen.

Arme Syriërs

De barbarij en inhumaniteit in Syrië doen ons bijna vergeten dat delen van de christelijke beschaving daar zijn ontstaan. Syrië behoorde tot een bloeiend en beschaafd deel van het Byzantijnse Rijk, en daarvoor het Romeinse Rijk.

En nu lijdt Syrië onder de islamitische barbarij. Eerst was Irak een toonbeeld van barbaarse wreedheid, nu Syrië. Arme Syriërs!

In een indrukwekkende reportage toonde actualiteitenprogramma Nieuwsuur de ernst van de rampzalige toestand in Syrië.

Nieuwsuur toont aan dat er sprake is van een humanitaire ramp. Niet alleen in Aleppo, maar ook aan de grens met Turkije is er een tekort aan alle basisbehoeften: geen medicijnen, geen water, geen eten en geen warmte.

Harry van Bommel

Premier Erdogan praat vaak, eigenlijk te vaak over de toestand in Syrië, maar hij doet werkelijk niets voor de Syrische burgers.  Wel stelde hij zijn grenzen open voor jihadisten die naar Syrië wilden.

Nieuwsuur interviewde twee Nederlanders die ter plekke hulp proberen te bieden aan Syrische vluchtelingen. Ze hebben zelf een initiatief genomen om hulpgoederen te verzamelen en naar Syrië te brengen. Twee simpele Nederlanders, twee helden!

Waar blijft de profeet van menselijkheid en socialisme Harry van Bommel? Waarom gaan hij en zijn Brabantse socialisten niet naar de plek des onheils om burgers te helpen? O ja, daar zijn geen Israëliërs te vinden. En Syriërs zijn geen Palestijnen.

Hulpverleners

Europa en Amerika kunnen zonder steun van Rusland of China noodzakelijke humanitaire hulp naar Syrische gebieden sturen.

Daarvoor hebben ze slechts toestemming nodig van Turkije, de Syrische regering is niet meer bij machte om die gebieden te controleren. En de Turkse regering zou niet kunnen weigeren om hulpverleners toegang te bieden. De Turkse overheid heeft geen enkele reden om te weigeren.

Morgen al kan worden begonnen met het sturen van hulpgoederen naar Syrië. Ook burgers in de door Assad gecontroleerde gebieden moeten worden geholpen. En als Assad instemt, moeten ook burgers aan Assads zijde hulpgoederen krijgen. Ook zij lijden onder deze burgeroorlog.

Al-Qa’ida

Daarmee brengt het Westen tot uitdrukking dat Europa en Amerika de loop van gebeurtenissen in Syrië niet willen bepalen.

Syrië is meer dan een humanitaire ramp alleen. In verschillende Syrische steden en streken groeien de jihadistische groeperingen die niet meer onder controle van de Syrische regering staan.

Het zijn de radicale salafisten die symphatiseren met Al-Qa’ida. In Syrië vechten zelfs jihadisten uit Europa mee – dus ook uit Nederland. Ze vechten aan de zijde van lokale Al-Qa’ida-groepen.

En dat is precies de reden dat westerse landen niet meer weten wat ze in Syrië moeten doen. Het Westen was daarvoor gewaarschuwd.

Politieke islam

Saudi-Arabië, Qatar en Turkije speelden een gevaarlijk spel. Zij probeerden met een dubieus beleid de leiding over te nemen in de Arabische storm. De heerschappij van de Moslimbroeders moest het salafistische geweld kanaliseren. Onder dit beleid lagen twee misleidende elementen: de Moslimbroeders zijn allesbehalve gematigd en ze vormen de bakermat van de politieke islam en het islamitische terrorisme.

Bovendien zou de reïslamisering van de islamitische landen de macht van de militante groeperingen alleen maar vergroten.

Syrië is er niet meer. Het land bestaat nu uit gewapende groepen die elkaar willen uitroeien.

Ondanks alle ellende moeten de Europese landen enige vorm van humanitaire hulp voor de gewone Syriërs op gang brengen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.