Afshin Ellian Afshin Ellian

Uit angst streven fundamentalisten sharia-wijken in Europa na

Door Afshin Ellian - 27 maart 2013

Door de emigratie van moslims verwateren de islamitische regels – en dat is de fundamentalisten een doorn in het oog. Daarom streven ze sharia-wijken in Europa na en proberen ze islamitische regels in te voeren in Europese landen.

De islam is ontstaan door het trekken van scherpe grenzen tussen mensen en zaken. Het onderscheid tussen vriend en vijand is de kern van de islam, daaruit vloeien alle anderen politieke onderscheidingen voort: dar al-islam en dar al-harb; dar al-islam en dar al-kufr.

Heerschappij

Daarnaast bestaat een basisonderscheid tussen zaken en handelingen die met haram (verboden) of halal (toegestaan) worden aangeduid. Tussen deze antagonistische polen bestaan grijze gebieden zoals dar al-sulh, het land waarmee de islam tijdelijk vrede heeft gesloten. De eeuwige echte vrede is de heerschappij van de islam.

Toen de inwoners van Mekka de profeet Mohammed hadden afgewezen, emigreerde hij naar Medina. Hij deed dat op basis van een verdrag met vertegenwoordigers van verschillende groepen. Door geweld en overtuiging werd Medina in korte tijd geïslamiseerd.

Dhimmi’s

De profeet Mohammed heerste plotseling over de minderheden in zijn gebied. Die noemde hij dhimmi’s en hij bedacht voor hen een aantal regels. Die regels waren van toepassing op joden en christenen. Van Mohammed mochten in Mekka moslims verblijven om bepaalde missies uit te voeren.

Al bij de vorming van de islam werd een politiek regime bedacht waarin twee minderheidsgroepen met specifieke rechten en plichten als tweederangsburgers mochten leven. Voor moslims die als minderheidsgroep leefden onder het regime van niet-moslims (per definitie ongelovigen) bestonden aanvankelijk geen regels.

Supermacht

Wel mochten enkele volgelingen van Mohammed naar Ethiopië gaan om daar asiel aan te vragen. Maar dat was een onderdeel van de strijd. Ze kwamen allemaal terug naar het net opgerichte islamitische land.

Vervolgens veroverden de volgelingen van Mohammed Perzië, een supermacht in die tijd. En ze probeerden het Byzantijnse Rijk, de andere supermacht, te veroveren. Ze richtten hun aandacht op Europa – Zuid-Spanje en Sicilië – en op Noord-Afrika. Uiteindelijk gingen de Perzië en het Byzantijnse Rijk ten onder en werden ze geïslamiseerd. Europa vocht terug. De herovering van Europese gebieden maakte van moslims een minderheid.

Sharia

Ongelovigen mochten destijds het islamitische rijk bezoeken. Ze behoorden tot musta’min: degene aan wie aman (de veiligheidsgarantie) werd verleend. Het waren handelaren of diplomatieke vertegenwoordigers.

Mochten moslims het land van de ongelovigen bezoeken? Daarvoor moeten we kijken naar sharia-scholen (madhabs).

De islamoloog Bernard Lewis legt in zijn werken perfect uit hoe de islamitische juristen dachten over de aanwezigheid van moslims in christelijke gebieden.

Krijgsgevangenen

Wat waren de regels? Volgens de Maliki-school – de sharia-shool van Noord-Afrika – mochten moslims het land van ongelovigen bezoeken voor het vrijlaten of het afkopen van krijgsgevangenen.

Maar volgens deze school mochten moslims niet langdurig onder het regime van niet moslims leven. Ze moesten in dat geval terugkeren naar het islamitische land.

Excuses

De Marokkaanse sharia-geleerde Al-Wansharisi (1485) schreef een fatwa waarin hij naar aanleiding van Europese heroveringen  moslims vroeg om niet onder de ongelovigen te leven en terug te keren naar het islamitische land. Wie blijft, is even slecht bezig als iemand die bloed drinkt of varkensvlees eet. Andere sharia-geleerden volgden deze lijn, met het verschil dat zij excuses verzonnen, waardoor moslims de terugkeerplicht konden uitstellen. De Hanafi-school dacht niet wezenlijk anders.

Het principe was dus dat moslims de plicht hadden om niet langdurig en permanent onder niet-islamitische heersers te leven.

Plichten

De sjiitische sharia-school dacht genuanceerder. Omdat ze bijna overal – ook onder moslimheersers – werden onderdrukt, was de kwestie voor volgelingen van deze leer irrelevant. Toch vonden de meeste sjiitische juristen dat ook een sjiiet in een islamitisch land moest wonen, tenzij de heersers de uitoefening van religieuze plichten zoals gebed, vasten of kledingvoorschriften onmogelijk maken.

Wat was het probleem?

Dogma

De islamitische regels worden slechts in dar al-islam toegepast en nageleefd. Rechtbanken op basis van sharia bestaan slechts in gebieden waar de islam regeert. Volgens dit dogma kunnen moslims louter onder een islamitisch regime leven waar het islamitische recht wordt nageleefd.

Nogmaals: de islam kent slechts één regime, waarin onder de heerschappij van de islamitische regels dhimmi’s en moslims kunnen leven. Maar de islam kent geen regime waarin moslims als minderheid onderworpen zouden zijn aan ongelovigen.

Machtsbalans

Sinds het einde van het laatste islamitische kalifaat, het Ottomaanse Rijk, is de machtsbalans in de wereld grondig veranderd. Met de komst van het kolonialisme werden zelfs islamitische landen geregeerd door ongelovigen.

Na de onafhankelijkheidsstrijd in de tweede helft van de twintigste eeuw kwamen moslims uit de voormalige koloniën in Europa wonen, aanvankelijk in Engeland en Frankrijk. Daarna trokken nog meer moslims voor werk en een betere toekomst naar landen waar ze een minderheid vormden.

Doorn in het oog

Deze emigratie vormt een gigantisch probleem voor de islamitische cultuur, want hiermee begon de uitdaging van de moderniteit. Plotseling konden moslims zonder een sharia-regime gelukkig en welvarend leven.

Door de emigratie verwateren de islamitische regels – en dat is de fundamentalisten een doorn in het oog. Daarom streven ze sharia-wijken in Europa na. En ze proberen islamitische regels in te voeren in Europese landen.

Erdogan

Voorlopig bestaat er consensus dat zolang voor moslims in niet-islamitische landen de basisvoorwaarden voor het geloof bestaan, ze daar mogen blijven. En dat is ook mogelijk vanwege godsdienstvrijheid – vrijheid die in de islamitische landen niet of nauwelijks bestaat.

De Turkse premier Recep Tayyip Erdogan zag in de affaire-Yunus een ernstige aantasting van de basisvoorwaarden van het islamitische geloof: een moslimkind wordt niet door ongelovigen opgevoed.

Wat hebben de radicale of fundamentalistische moslims te zoeken in Europa van ongeloof? De strijd.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.