Carla Joosten

Olijfolie-saga is zoveelste bewijs van tomeloze Brusselse regelzucht

Door Carla Joosten - 24 mei 2013

Zo kan het dus ook: de Europese Commissie trok het onuitvoerbare olijfolie-plan na een week weer in. Maar het kwaad is al geschied en eens te meer blijkt de Brusselse regelzucht.

Een complimentje voor de Europese Commissie. Dat mag ook weleens. De uitvoerende dienst van de Europese Unie krijgt altijd veel kritiek als ‘Brussel’ in de fout gaat.

Maar gisteren toonde eurocommissaris Dacian Ciolos (Landbouw) dat ‘Brussel’ niet doof is voor kritiek, door het vorige week aangekondigde verbod op hervulbare kannetjes olijfolie in de horeca weer in te trekken.

Verantwoorden

Zo kan het dus ook. Het belachelijke plan om restaurants en overheden op te zadelen met een niet te controleren regel om olijfolie alleen nog in gesloten, gelabelde flesjes te serveren, was geopperd door de olijfindustrie. De olijfolie producerende landen maakten zich er in Brussel sterk voor.

Een jaar lang werd vergaderd in een comité dat zich boog over nieuwe regels voor de olijfolie-industrie. Nederland stemde in dat comité – met de meeste andere niet-producerende landen – tegen het verbod. Het Verenigd Koninkrijk onthield zich: de regering moet zich in eigen land inmiddels verantwoorden waarom ze niet heeft tegengestemd.

Olijfolie-saga

Met de intrekking van het plan tracht de Europese Commissie de imagoschade voor de Europese Unie te beperken. Dat zal amper helpen. Het kwaad is geschied: de olijfolie-saga illustreert de tomeloze regelzucht van de Unie.

Jaarlijks fabriceren nationale ambtenaren en politici in Brussel honderden regels waarvan de meeste de publiciteit nooit halen. Het blijkt maar weer eens hoe noodzakelijk het is de stofkam te halen door het Europese regelwerk.

In het Regeerakkoord heeft het kabinet van VVD en PvdA dat ook afgesproken. De Europese Commissie is gevraagd mee te werken. Misschien dat voorzitter José Manuel Barroso daar nu wat meer begrip voor heeft: zijn vader was een kleine olijfboer.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.