Timmermans’ goede bedoelingen brengen Syrië dichter bij hel

27 mei 2013

Minister Frans Timmermans heeft het internationale volkerenrecht geschonden door de Syrische oppositie te erkennen. Zijn intenties, hoe goedbedoeld ook, verzachten niets.

Minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans (PvdA) is een talentvol bewindspersoon die van alle markten thuis lijkt. Dat is een opluchting, vooral wanneer de vergelijking met zijn voorganger Uri Rosenthal wordt getrokken. Maar misschien zouden velen in dat opzicht aardig scoren.

Timmermans neemt een voorbeeld aan zijn ‘politieke vader’, oud-minister van Buitenlandse Zaken Max van der Stoel, in wiens voetsporen hij graag wil treden. Afgelopen december zei Timmermans over hem: ‘Hij is vorig jaar overleden, maar ik hoop voortdurend dat ik hem niet teleurstel, dat Max niet denkt: wat loop je nou te prutsen.’

Evaluatie

Het zou oneerlijk zijn om het ministerschap van Timmermans al na zeven maanden te evalueren. Een deugdelijke beschouwing zou op zijn vroegst halverwege zijn ambtstermijn moeten gebeuren. Toch zijn er al beslissingen aan te wijzen die significante prutselementen in zich bergen, en dan druk ik mij diplomatiek uit.

Neem het Syrische conflict, waarover de minister deze week in EU-verband belangrijke besluiten zal nemen. Het overleg met zijn Europese collega’s betreft het wapenembargo dat eind deze maand zal aflopen. Het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk pleitten voor opheffing of versoepeling van het embargo zodat de Europese Unie – of enkele lidstaten – de Syrische oppositie wapens kan sturen.

Merkwaardig

Timmermans was en is tegen de opheffing van het embargo, vrezend dat de wapens in ‘verkeerde handen’ vallen. Daarmee doelt hij op radicaal-islamitische krachten die volgens de oppositie zelf de helft van alle strijders vormen.

Hoe terecht de angst van de minister ook is, zij is ook zeer merkwaardig. De minister erkende nota bene, samen met de andere 26 EU-lidstaten, diezelfde oppositie afgelopen december als legitieme vertegenwoordiger van het Syrische volk.

Hierdoor stond de EU zichzelf toe zaken te doen, inclusief het kopen van olie uit gebieden waar de oppositie dominant is.

Wapens

Twee vragen moeten worden gesteld. Waarom is Timmermans bang voor politieke vrienden die hij geheel vrijwillig heeft erkend? Zou hij niet vertrouwen moeten hebben en zich op geen enkele wijze bezwaard voelen om hen wapens te geven?

En als hij dat vertrouwen niet heeft, waarom heeft hij ze erkend als vertegenwoordiger van het Syrische volk? Is het geen belediging van dat zeer gematigde volk om een oppositie te erkennen die naar eigen zeggen voor ten minste de helft uit extremistische strijders bestaat?

Volkenrecht

De tweede vraag: heeft Timmermans het internationale volkerenrecht geschonden door de Syrische oppositie te erkennen? Het antwoord daarop is: ja.

In Internationaal Publiekrecht in vogelvlucht (2002) van de voormalige rechter van het Internationaal Gerechtshof en verre voorganger van Timmermans, wijlen hoogleraar Pieter Kooijmans, wordt uiteengezet wanneer erkenning van ‘subjecten van het internationale publiekrecht’ (regeringen, staten en internationale organisaties) is toegestaan.

Over het eerste subject schrijft Kooijmans: ‘Met name het voortijdig erkennen van opstandelingen als de wettige regering van het betrokken land (dat wil zeggen nog voordat zij effectief het gezag hebben overgenomen) geldt als een volkerenrechtelijke onrechtmatige daad, aangezien dit een ontoelaatbare inmenging in de interne aangelegenheden van het betrokken land is.’

Rebellen

Was de minister niet bekend met dit gedeelte van het internationale recht?

Wat de kwestie ernstiger maakt, is de redenering die hij afgelopen week in de Tweede Kamer gebruikte toen over de legaliteit van mogelijke wapenleveranties aan de Syrische rebellen werd gediscussieerd. Volgens Timmermans zat het zo: omdat veel landen hen hebben erkend, zouden wapenleveranties zijn toegestaan.

Oftewel: de erkenning door een groep landen van de oppositie verschaft haar voldoende legitimiteit om wapens te ontvangen.

Onrechtmatig

Hiermee beging Timmermans een fout die uitsluitend door tweedejaars rechtenstudenten mag worden gemaakt. Hij haalde erkenning van staten en regeringen door elkaar.

Bij de eerste is het van belang om door (zoveel mogelijk) andere landen te worden erkend. Maar bij mijn weten is Syrië allang een internationaal erkende staat en is het aantal landen dat haar aanvaardt, irrelevant. Anders wordt als wordt gesproken  over een oppositie- of rebellengroepering die in Kooijmans theorie onder erkenning van regeringen valt en vanuit volkerenrechtelijk aspect onrechtmatig is.

Gematigde kannibalen

De minister heeft aangegeven desnoods akkoord te gaan met ‘minieme verruiming van het wapenembargo aan zeer precies gedefinieerde groepen’.

Als voorbeeld noemde hij de ‘gematigde oppositiegroepen’. Heeft hij niet gezien waartoe deze groepen, zoals de Al-Farouq-brigade, in staat zijn? Is het filmpje waarin zij een Syrische soldaat opensnijden, zijn hart eruit halen en daarin bijten aan zijn aandacht ontsnapt?

Hel

Zo ja, dan moet hij spoedig iets doen aan zijn nieuwsselectie. Zoniet, dan is het interessant te weten hoe hij het Nederlandse publiek denkt te kunnen uitleggen dat aan deze kannibalen wapens zijn gestuurd door de Europese landen die dit jaar de Nobelprijs voor de Vrede hebben ontvangen.

De intenties, hoe goedbedoeld ook, verzachten niets. De weg naar de hel is immers geplaveid met de goede bedoelingen.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.