Peter Riezebos

Belachelijk dat voetbal op publieke net een ‘mensenrecht’ is

Door Peter Riezebos - 26 juli 2013

Geen groter nationalistisch principe dan het psychologische instrument van ‘wij versus zij’. Maar dat sport eendrachtigheid schept, maakt het nog geen mensenrecht.

De uitzendrechten van grote, internationale voetbaltoernooien mogen niet worden verkocht aan grote, commerciële partijen, maar moeten bij de publieke omroep blijven, zo luidde onlangs het oordeel van het Europees Hof.

Voetbal zou een essentiële cultuuruiting zijn en dus een mensenrecht.

Klassieke grondrechten

We schrijven 1949. Met overweldigende meerderheid wordt in de Algemene vergadering van de Verenigde Naties de Universele Verklaring van de Rechten van Mens aangenomen. Deze rechten, zoals de vrijheid van slavernij, te leven, vrijheid van drukpers, vereniging, lichamelijke integriteit, vormen de klassieke grondrechten.

Universeel geldig, voor ieder mens op elke plaats. Een verklaring die de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog ten strengste afkeurt.

Bemoeienis

Europa kent een eigen versie, het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Op naleving hiervan wordt toegezien door het Europees Hof, dat tevens de interpreet van het Verdrag vormt.

Werden vroeger vooral misstanden met betrekking tot rechtspraak, burgerlijke vrijheden en vrije verkiezingen aan de kaak gesteld, tegenwoordig breidt het Hof de gebieden waarin het uitspraken doet gestaag uit.

Zo bemoeit het zich met kruisjes in Italiaanse klaslokalen, met stemrecht van Britse gevangenen en met de publiekelijke beschikbaarheid van de rechtstreekse beelden van voetbalwedstrijden.

Collectivisering

Het Europees Verdrag – vooral in het leven geroepen om misstanden zoals die in totalitaire regimes worden gepleegd te voorkomen en te veroordelen – wordt zo steeds ruimer uitgelegd. Het Hof breidt zijn werkterrein uit met als gevolg dat steeds meer zaken onder het Verdrag komen te vallen.

Allerlei ‘sociale voorzieningen’ worden betiteld als mensenrecht, waardoor de beleidsvrijheid van overheden die zijn gebonden aan het Verdrag steeds verder wordt beperkt. Het Hof verwordt op die manier steeds meer de motor achter collectivisering in Europa.

Verwatering

Maar deze ontwikkeling heeft nog een consequentie: het leidt tot de verwatering van de klassieke grondrechten. De overige zaken zijn afleiding, zij nemen tijd in beslag die niet meer kan worden besteed aan werkelijke schendingen van mensenrechten.

De proportionaliteit is zoek wanneer de aanwezigheid van kruisbeelden in een klaslokaal ook een schending van een mensenrecht is, wat maakt het opsluiten van journalisten zonder enige vorm van proces dan zo vreselijk?

Meebetalen

Daarnaast botsen de ‘sociale’ rechten niet zelden met de klassieke rechten. Immers, een ‘recht’ op onderwijs leidt ertoe dat er belasting moet worden geheven, wat een inbreuk is op de eigendomsrechten van een ander.

Nu zal er over onderwijs niet zo’n discussie ontstaan, maar nu het Hof heeft vastgesteld dat het publiekelijk vertonen van rechtstreekse voetbalbeelden een essentieel onderdeel van cultuuruiting is en dus een mensenrecht, verwacht het wel dat de gehele bevolking daaraan meebetaalt.

Regulering

Het is dan ook vreemd dat het Hof zich hier geroepen voelt om in de markt in te grijpen. Dit financieel reguleren lijkt gezien de organisatorische doelstellingen ongeoorloofd.

Los van het feit dat de commerciële partijen eenvoudig buitenspel worden gezet, is het de vraag of extra financiële bemoeienis vanuit Europa door Nederlanders wenselijk is.

Saamhorigheid

Dat sport saamhorigheid kan faciliteren, weten we allang. Geen groter nationalistisch principe dan het psychologische instrument van ‘wij’ versus ‘zij’. De spottende uitspraak panem et circenses (brood en spelen) van de Romeinse schrijver Juvenalis refereerde hier al aan.

Sport, naast voedsel, als ‘datgene waarmee het volk tevreden wordt gehouden’. Maar dat sport eendrachtigheid schept, maakt het nog geen mensenrecht.

Subsidiëren

Het gelijkstellen van voetbal met de mensenrechten is ronduit belachelijk. Dit manipuleren van cultuurpercepties en mensenrechten om zodoende indirect onze portemonnee te beheren, gaat mij te ver.

Voetbal is vooral een spelletje. En eerlijk is eerlijk, de gedeelde feestvreugde gedurende internationale voetbalspektakels wekt ook bij mij gevoelens van nationale trots en eensgezindheid – een illusie die de volgende dag op straat eenvoudig wordt uitgeschakeld.

Toch betekent dit nog niet dat ik graag verplicht meebetaal aan een ‘cultuuruiting’ waarmee ik mij slecht identificeer.

Dat Europa vrijetijdsuggesties doet is prima, maar laten we vooral zelf beslissen welke hobby’s we subsidiëren.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.