Fred Sengers

Handelsbelang leidt tot historische ontmoeting China en Taiwan

Door Fred Sengers - 13 februari 2014

Lang werd gevreesd dat de roerige betrekkingen tussen China en Taiwan een gewelddadig vervolg zouden krijgen. Maar gedeelde economische belangen hebben beide landen de onderlinge dialoog doen heropenen.

Voor het eerst in 65 jaar spraken deze week vertegenwoordigers van de regeringen van China en Taiwan met elkaar. China heeft haast, maar hereniging zonder clausules ligt niet voor de hand.

Dinsdagmiddag had Wang Yu-chi, de Taiwanese minister voor het Vasteland, in Nanjing een ontmoeting met Zhang Zhijun, de Chinese viceminister van Buitenlandse Zaken en verantwoordelijk voor Taiwanese kwesties.

Al duurde het gesprek maar twee uur, het is voor het eerst sinds 1949 dat regeringsvertegenwoordigers van China en Taiwan elkaar officieel treffen.

Afvallige provincie

Om te begrijpen waarom de twee buren 65 jaar geen contact hadden, moeten we terug naar 1949. In dat jaar wordt de Chinese burgeroorlog beslist in het voordeel van de communisten. Ze verjagen de Tsjang Kai-sjek en twee miljoen nationalisten die op het vasteland hun leven niet meer zeker waren, naar Taiwan.

Daar vestigen ze de Republiek China met als hoofdstad Taipei. De communisten riepen de Volksrepubliek uit met als hoofdstad Beijing.

De landen hebben elkaar nooit erkend. De Volksrepubliek China ziet Taiwan als afvallige provincie die met het moederland moet worden verenigd. Taiwan heeft jarenlang gevreesd dat dit gewapenderhand zou gebeuren. Andersom zag de Republiek China zichzelf als het rechtmatige bestuur van heel China, maar is zich als zelfstandig land naast China gaan beschouwen.

Vreemde haven

Wangs bezoek is het resultaat van een jarenlang proces, dat pas in 2008 goed op gang kwam toen Ma Ying-jeou door de Taiwanezen tot president werd gekozen. Er kwamen rechtstreekse vliegverbindingen en voor het eerst kon vracht en post rechtstreeks tussen China en Taiwan worden verscheept zonder eerst een vreemde haven aan te doen.

In 2010 werd een handelsakkoord gesloten. Sindsdien is de handel tussen beide landen opgebloeid en investeren bedrijven in elkaars economie. Eigenlijk zijn Taiwan en China dus pas vijf jaar bezig om de betrekkingen te normaliseren.

Wie begin jaren tachtig had gezegd dat Oost- en West-Duitsland zouden worden herenigd, was voor gek verklaard. Toch viel in 1989 de Muur en werden beide landen samengevoegd.

Vaart maken

De Chinese president Xi Jinping verraste vriend en vijand in oktober 2013 met de opmerking dat hij vaart wil maken met het verbeteren van de betrekkingen met Taiwan. ‘Politieke geschillen tussen het Chinese vasteland en Taiwan kunnen geleidelijk helemaal worden opgelost. We kunnen deze kwestie niet van generatie op generatie doorgeven,’ zei Xi.

De ontmoeting deze week is daarvan een direct gevolg. De Chinese leiders beseffen dat de pro-Chinese Ma tot 2016 in functie is. Voor die tijd willen ze progressie boeken. Taiwan heeft een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Het heeft zich ontwikkeld tot een parlementaire democratie met alle burgerrechten die daarbij horen.

Nauwere banden

Hoe aantrekkelijk het economisch ook is om de banden met China aan te halen, de inwoners zullen niet accepteren dat ze zich zomaar bij de Volksrepubliek aansluiten. Maar denkbaar is dat China accepteert dat Taiwan bepaalde democratische verworvenheden kan behouden, net zoals dat in 1997 met Hongkong is gebeurd.

In elk geval streven beide landen naar nauwere economische banden. En dat is misschien wel even effectief.

Zoals een Amerikaanse generaal onlangs zei: ‘We hoeven niet bang te zijn dat de Volksrepubliek zal proberen Taiwan langs militaire weg te onderwerpen. Ze hebben genoeg geld om het te kopen.’

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.