Afshin Ellian Afshin Ellian

Eurofielen dringen hun onzalige project al decennia aan ons op

Door Afshin Ellian - 21 mei 2014

De kloof tussen de burger en de veel te kunstmatige Europese Unie groeit met de dag. In plaats van telkens hun ideaal te willen verkopen, moeten eurofielen luisteren naar kritische burgers.

De euro is van ons allemaal, dat werd ons voorgehouden bij de introductie van de gezamenlijke munt. We hoorden het de hele dag via de publieke omroep. De euro is zeker van ons allemaal – met alle gevolgen van dien.

Europese bestuurders schermen nu met het feit dat de eurocrisis voorbij is. Ze vinden dat we hen daarvoor dankbaar moeten zijn. Vreemde vogels zijn het, de eurocraten.

Alle analyses laten zien dat de eurocrisis nog niet voorbij is. Dat kan ook niet zomaar, aangezien de crisis niet tijdelijk is. In de financiële markten is het nu stil rond de euro.

Onoverbrugbaar

Maar daaruit kunnen we niet afleiden dat de onderliggende problemen voorbij zijn. Tussen Noord- en Zuid- Europa gaapt nog steeds een onoverbrugbare kloof. Er is geen enkele aanwijzing dat de Italiaanse economische structuur duurzaam gaat veranderen.

Of dat ooit zal gebeuren, weten we niet, en dat zou al reden genoeg moeten zijn voor de bestuurders van Europa om niet zomaar de overwinning van de euro op te eisen.

Afgelopen zondag organiseerde tv-programma Buitenhofeen interessant debat over de Europese Unie en de aanstaande verkiezingen. Tegenover de minister van Buitenlandse Zaken Frans Timmermans zaten Elsevier-redacteur Syp Wynia en Peter Vandermeersch, hoofdredacteur van NRC Handelsblad. Het werd een mooi debat met verschillende invalshoeken.

Aarzelende sociaal-democraat

Een verklaarde vijand van de EU durfde Buitenhof niet aan tafel te zetten: Peter Vandermeersch is een vurig pleitbezorger van de Europese Unie, Syp Wynia is een sceptische waarnemer van de EU en Frans Timmermans een aarzelende sociaal-democraat. Een combinatie die ook op grote schaal in onze samenleving te vinden is.

Peter Vandermeersch stelde Timmermans de terechte vraag waarom hij en andere Nederlandse politici – D66’ers uitgezonderd – zich onvoldoende inspannen om het belang van de EU aan het grote publiek uit te leggen.

Een belangrijke terechtwijzing: als je pro-Europa bent, dan moet je je daar niet voor schamen. Vandermeersch verweet de media dat ze onvoldoende pro-Unie zijn.

Zwaargewichten

Ik gebruik hier pro-Unie in plaats van pro-Europa. Want wie tegen de Europese Unie is, kan wel pro-Europa zijn. Het laatste verwijt van Vandermeersch is onterecht: de Nederlandse media, met NRC voorop, is grosso modo alleen maar pro-Unie.

De Nederlandse kandidaten voor het Europees Parlement behoren niet tot de politieke zwaargewichten, aldus Vandermeersch. Dat is gedeeltelijk waar: de meeste Nederlandse kandidaten zijn weinig aansprekende en soms zelfs onbekende politici. Dat is in België wel anders.

Hierop reageerde Timmermans enigszins arrogant: ‘In België is men goed in het recyclen van politici.’ Kom, kom, minister, ook wij zijn heel goed in het recyclen van politici: de Nederlandse EU-bestuurders zijn de gerecyclede politici. Timmermans zelf hoopt om in Brussel gerecycled te worden.

Onbereikbaar

Ook beweerde Vandermeersch dat de meeste vurige pro-Unie mensen die in de Nederlandse media verschijnen, van Belgische afkomst zijn. Interessante waarneming.

Er is een groot verschil tussen Belgen en Nederlanders wat betreft de Europese Unie. Brussel als hoofdstad van de EU is onderdeel van de Belgische identiteit.

Brussel als hart van de Unie geeft zin aan België, een land dat twee belangrijke en invloedrijke separatistische partijen kent. De Europese Unie is een zingevende instantie voor België als geheel. In Nederland is Brussel een symbool van ondoordringbare en onbereikbare bureaucratie.

Passie

Syp Wynia constateerde dat het Europees Parlement, en de EU als geheel, kunstmatige organen zijn. Deze waarheid was moeilijk verteerbaar voor Timmermans: de EU als een kunstmatig politiek lichaam dat niet op een gepassioneerde en vanzelfsprekende wijze wordt gedragen door de Europese volkeren. Wat niet echt is in de politiek, roept bij de volkeren weinig passie op.

De kunstmatigheid van de EU leidt tot meer verwijdering tussen Nederlanders en de Europese Unie.

In de ogen van vele Europese volkeren is Brussel een grote pinautomaat: eerst wordt geld opgehaald bij de Europese volkeren, en daarna mogen de gelukkigen uit de Unie weer geld pinnen in Brussel.

Luidruchtig

In hoeverre deze perceptie strookt met de politieke werkelijkheid, is minder van belang voor de beeldvorming over Europa. Het arrogante zelfbeeld van de Europese bureaucratie bevestigt de kritische voorstelling van de EU, die aan invloed wint.

Vandermeersch en de zijnen denken dat de beeldvorming over Europa kan worden rechtgezet als de pro-Unie-politici en journalisten de Unie beter gaan uitleggen. Maar dat doen ze al decennia. En het werkt niet.

De eurofielen hebben het project ‘Europa’ juist te goed, te luidruchtig en te vaak met de nodige dwang uitgelegd aan de Europese volkeren. De kloof tussen de kunstmatige orde en de volkeren die dat moeten dragen, wordt met de dag groter.

De eurofielen moeten niet de Unie beter uitleggen, maar ze moeten beter luisteren naar de critici.

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.