Afshin Ellian Afshin Ellian

Gewelddadig radicalisme is wezenlijk onderdeel van de islam

Door Afshin Ellian - 23 juni 2014

Sjiieten en soennieten bevechten elkaar al eeuwen in een klassieke machtsstrijd. De profeet Mohammed gaf het gebruik van geweld een heilige status.

Het sjiitische geloof is een interpretatie van een machtsstrijd bij de vorming van de islam. Een machtsstrijd, en dus geen intellectuele strijd.

De derde rechtgeleide (rasjidun) kalief Uthman ibn Affan was, in tegenstelling tot zijn voorgangers, niet in staat om de gemeenschap bij elkaar te houden. Hij werd beschuldigd van corruptie en een gebrek aan daadkracht.

Veelwijverij

Wel verrichtte Uthman twee belangrijke daden: de voltooiing van de codificatie van de Koran en de benoeming van Muawiyah (661-680) als gouverneur van Syrië en Jeruzalem.

Muawiyah was de zoon van Abu Sufjan, de aartsvijand van Mohammed. Na de verovering van Mekka werden ze moslims. De zus van Muawiyah was weer een van Mohammeds vrouwen.

Hier zien we het praktische nut van veelwijverij: politieke invloed binnen alle stammen.

De islam had al bij het begin last van aanslagen; de derde kalief kwam om bij een aanslag.

Oogappel

Een groep muitende soldaten vermoordde kalief Uthman (656),de schoonzoon van Mohammed en riepen Ali, de andere schoonzoon van Mohammed, uit tot kalief.

Mohammeds oogappel Aisha maakte van de gelegenheid gebruik om wraak te nemen op Ali. Aisha, de moeder der gelovigen, beschuldigde Ali van de moord op de derde kalief Uthman. Ali ontkende, maar dat was niet voldoende om de eerste fitna (beproeving of burgeroorlog) in de islam te voorkomen.

Huisarrest

Aisha moedigde Muawiyah, de gouverneur van Syrië, aan om ten strijde te trekken tegen Ali, de vierde rechtgeleide kalief van de islam. De stoute moeder van alle gelovigen, Aisha deed ook mee aan deze oorlog.

Zittend op haar kameel betrad zij het slagveld. Nadat Ali deze Slag van de Kameel had gewonnen, werd Aisha gearresteerd. Uit respect voor Mohammed werd Aisha slechts onder huisarrest geplaatst.

De sjiieten haatten haar. En logisch is dat niet. Ten eerste blijkt uit alle bronnen dat de profeet dol was op Aisha. Het ging niet alleen om seks. De profeet had nog tientallen andere vrouwen tot zijn beschikking.

Vreemde verlangens

Aisha was een leuke, stoutmoedige metgezel van Mohammed. Daarnaast zijn er vele hadiths (overleveringen) via Aisha verspreid. Op haar negende moest zij seks hebben met de profeet – dat is minder leuk. Ach, van woestijnmensen met vreemde verlangens en perspectieven hebben we helaas nog steeds last.

Uiteindelijk sloten Ali en Muawiya in de plaats Siffin een vredesverdrag. Maar er waren ook aanhangers van Ali die hem nadien niet als de ware kalief beschouwden: hij had geen compromissen mogen sluiten.

Terreur

Ze werden ‘Kharidjiten’ genoemd. Deze radicale jongens – het Al-Qa’ida en ISIS van die tijd – brachten een ware terreurbeweging tot stand. De gevestigde orde, met Ali voorop, kwalificeerde de Kharidjieten als afvalligen.

Tijdens een ochtendgebed in 661 werd de kalief Ali vermoord door een Kharidjiet. De terreur maakte het verhaal rond: hiermee kwam een einde aan de funderende periode in de islam, die begon met Mohammed en eindigde met Ali.

Cruciaal moment

Er brak een cruciaal moment aan in de geschiedenis van de islam: wie mocht Ali opvolgen?

De aanhangers van Ali (Sji’atu Ali, letterlijk ‘de volgelingen van Ali’) vonden dat zijn zoon Hassan de nieuwe kalief moest worden.

Muawiya, gouverneur van Syrië, dacht daar anders over en werd uiteindelijk zelf de kalief. Daarna onderhandelde hij met Hassan en ze bereikten een overeenkomst. Hassan trok zijn machtsclaim in. Dit staat bij de sjiieten bekend als de Vrede van Hassan.

Eigenlijk bestond toen het sjiisme als een specifieke richting binnen de islam nog niet. Na de dood van Hassan vroegen de aanhangers van Ali of Hussein (Hassans jongere broer) om het kalifaat op te eisen.

Elite

In 680 stierf Muawiya, hij was een buitengewoon bekwame bestuurder en generaal. Hij en zijn directe nageslacht bereikten Europa en vestigden in Noord-Afrika en Zuid-Spanje een islamitisch kalifaat.

Na zijn dood werd niet meer aan de elite gevraagd wie de kalief moest worden. Muawiya’s zoon werd als opvolger aangewezen, en zo ontstond de Omayyaden-dynastie. Het bestuur van het islamitische imperium werd monarchaal.

De kalief Yazid I (680-683) had zijn handen vol aan de aanhangers van Hussein, de tweede zoon van Ali. Hussein trok in 680 ten strijde tegen de kalief. De machtsstrijd eindigde in het slagveld van Karbala, waar Hussein en 72 van zijn mensen werden vermoord door kalief Yazid.

Imams

Zo werd naast de Vrede van Hassan, de Martelaarsdood van Hussein geboren: vrede versus jihad. Vanaf dat moment gehoorzaamden de aanhangers van Hussein, nu sjiieten genoemd, de imam. En de imams, dat waren de kinderen van Hussein en hun nakomelingen. Zij pleegden geen militair verzet tegen het regime.

De sjiieten zouden later, met hulp van een Pers Abu Muslim Khurasani, in opstand komen tegen de Omayyaden. Het regime werd ten val gebracht – wellicht de grootste verandering sinds de dood van Ali.

Racisten

De Omayyaden regeerden over alle veroverde gebieden zonder enige bestuurlijke ruimte te scheppen voor nieuwe moslims uit niet-Arabische gebieden. Het waren pure racisten: de bestuurlijke macht mocht alleen worden uitgeoefend door de Arabieren van het schiereiland.

De Abbasiden, opvolgers van de Omyyaden, waren ook nakomelingen van Mohammed, maar zij veranderden het regime: ze maakten geen onderscheid meer tussen Arabische en niet-Arabische moslims.

Ze lieten de sjiieten aanvankelijk met rust en introduceerden de Perzische taal in hun hofhouding. Ook kregen de Perzen en later de Turken belangrijke posities binnen het imperium.

Heilige status

Er ontstonden allerlei vormen van het sjiisme, zoals de Zes imams, ismailyya, fatimiyya en alawisme.

De belangrijkste sjiitische politieke stroming is die van de Twaalf imams. Mahdi, de twaalfde imam van sjiieten, verdween en er kwam daarna geen imam meer. De sjiitische verwarring was groot.

Ze besloten om, tot Mahdi’s terugkomst, de geestelijken (ayatollahs) te gehoorzamen.

Deze geschiedenis leert ons dat het gewelddadig radicalisme een onderdeel van de islam is. Omdat Mohammed aan het gebruik van geweld een heilige status had toegekend. Hier rijst de vraag wat het godsdienstige verschil is tussen de soennieten en de sjiieten.

(wordt vervolgd)

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.