Afshin Ellian Afshin Ellian

Iraakse ‘vrijheidsstrijders’ blijken rondtrekkende moordenaars

Door Afshin Ellian - 13 juni 2014

De politieke islam in de vorm van het moslimterrorisme is vooralsnog de grootste winnaar van de Arabische storm. Waar zijn nu deskundigen die ons wilden wijsmaken dat de opstandelingen nobele doelen nastreefden?

De Arabische ‘lente’ verspreidt haar giftige vruchten in de steden en dorpen van het Midden-Oosten. Het islamitische terrorisme is de duistere kracht die is voortgekomen uit de Arabische storm.

We staan aan de vooravond van een lange periode van gewelddadige en vooral zinloze conflicten. Het tijdelijke succes van het jihadistische geweld in Irak prikkelt de fantasie van alle jihadisten in Libië, Afghanistan, Syrië, Mali en elders.

VARA-geklets

U ziet geen politiek correcte deskundigen meer in het Journaal of het verlengstuk daarvan, Nieuwsuur. Er zijn geen dansende meisjes op de tafel van het VARA-geklets om ons ervan te doordringen dat de opstandelingen vrijheid en democratie nastreven.

De politieke islam in de vorm van het islamitische terrorisme is vooralsnog de grote winnaar van de Arabische storm. De islamitische revolutie brengt terreur voort. Terreur is het wezen van een revolutie die niet een regime, maar de mensheid wil veranderen.

De leider van Al-Qa’ida in Irak, Abu al-Zarqawi, werd in 2006 door Amerikaanse commando’s gedood, waarmee de organisatie was onthoofd. Het enige wat ze nog konden doen, was zelfmoordaanslagen plegen. Daarbij kwamen duizenden Iraakse burgers om het leven.

Officieren

Maar langzamerhand reorganiseerde de Iraakse Al-Qa’ida zich naar het model van de Taliban in Afghanistan: een onzichtbare leider met een geheime raad van leidinggevende kaders.

De burgeroorlog in Syrië gaf de organisatie de mogelijkheid om zich uit te breiden en zich te bekwamen in oorlogsvoering. Daarnaast wist de organisatie enkele officieren van het regime van Saddam Hussein aan zich te binden, waarmee de operationele tactische kennis van de organisatie groeide. De naam van deze organisatie: ISIS.

De leider van ISIS is de opvolger van de gedode Al-Qa’idaleider in Irak. Awwad Ibrahim Ali al-Badri al-Samarrai, beter bekend als Abu Abdullah al-Rashid al-Baghdadi, is de leider van ISIS.

Al-Baghdadi is in 1971 geboren in Samara. Tijdens de Amerikaanse invasie was hij de imam van een moskee in die stad. Sinds 2010 is hij de onbetwiste leider van Al-Qa’ida in Irak. Hij was echter ontevreden over de tactische doelstellingen van Al-Qa’ida.

Rekruten

Al-Baghdadi wilde een duidelijke doelstelling voor de korte termijn, en dat werd de oprichting van een staat in delen van Irak en Syrië.

Met dit duidelijke doel werd het rekruteringsdomein van de ISIS groot. Niet alleen de fundamentalistische jihadisten, maar ook de gewone nationalistische soennieten – zoals de leden van Saddams Baath-partij – kunnen zich aansluiten bij Al-Qa’ida.

Al-Baghdadi heeft dus twee doelen: ten eerste het wereldwijd rekruteren van jihadistische moslims voor ‘traditionele’ Al-Qa’ida-operaties (aanslagen, trainingen en het plannen van operaties buiten het Midden-Oosten); en ten tweede: het aantrekken van soennitische nationalisten tegen zittende regeringen in Damascus en Bagdad.

Deze twee strategische doelen worden nauwkeurig uitgevoerd. Aanvankelijk was er hulp door Saudi-Arabië en Qatar – waar over een paar jaar WK-voetbal wordt gehouden. Daarnaast mochten ISIS en andere groepen gebruikmaken van Turks grondgebied om naar Syrië te gaan.

Masker

Geen enkele afdeling van Al-Qa’ida heeft in het afgelopen decennium zo veel hulp gekregen van diverse landen als ISIS, en dit verklaart hun succes.

Al-Baghdadi heeft zich feitelijk, dus niet in woord, gekeerd tegen Al-Qa’ida’s huidige leider Al-Zawahiri. Hij was immers niet bereid om de decreten van Al-Zawahiri op te volgen.

Deze broedertwist is slechts het gevolg van operationele vraagstukken. Al-Baghdadi heeft gewonnen van de grotbewoners van Al-Qa’ida. Hij wordt de onzichtbare sjeik genoemd, omdat hij bij zijn toespraken een masker gebruikt.

De terroristenleider wil, net als Taliban-leider Mullah Omar, onherkenbaar en onzichtbaar zijn. De ISIS bestond voor de aanval op Irak uit twaalfduizend strijders, onder wie drieduizend buitenlandse strijders.

In hoeverre zij op de steun van de lokale bevolking kunnen rekenen, is vooralsnog zeer onduidelijk.

Dreiging

Wat moet of kan het Westen doen? Een militaire ingreep kan slechts geschieden op twee politieke gronden: ISIS moet als een onmiddellijke, onafwendbare dreiging worden gezien, of er moet om hulp worden gevraagd door de geestverwanten van Europa – de groepen die streven naar vrijheid en democratie.

De situatie in Irak voldoet geenszins aan de tweede voorwaarde: de Iraakse regering berust voor een groot deel op organisaties en personen die vijanden van het Westen zijn. De ISIS is een serieuze dreiging voor het Westen, maar deze dreiging zou op dit moment niet met de inzet van grondtroepen worden onderdrukt.

Daarbij is wel de inzet van drones denkbaar. Wie voor ons een dreiging vormen, zijn de Europese radicale moslims die niet in Irak, maar hier moeten worden bestreden.

Politieke kwaad

ISIS is ironisch genoeg vooral een existentiële dreiging voor de Iraanse ayatollahs en de Saudische regering. Beide regimes worden door de ISIS als afvallig beschouwd.

Het succes van Al-Qa’ida bevestigt slechts de aantrekkingskracht van de jihadistische islam. En dat werd steeds door de politieke correcte figuren ontkend.

De jihadistishe islam is het politieke kwaad dat streeft naar een apocalyptische toestand. De onzichtbare sjeik, de rondtrekkende moordenaars: is dit de islamitische beschaving?

Ingelogde abonnees van Elsevier Weekblad kunnen reageren.